Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Maand: juli 2018 (pagina 1 van 5)

het eerste respijt

Is er verschil tussen het jezelf opsluiten in de warmste kamer
van het huis, het gordijn naarmate de dag vordert

dichter, de fles water naast je tafelpoot, je onderarmen zuigend
aan de werktafel, je tenen gekruld om de slechts miniem

draaiende bureaustoel, de geluiden van buiten uitsluiten, met
die taak die je vroeger opgelegd kreeg van een ander,

tegen betaling uiteraard, behalve dan het kwebbelen van de
collega’s om je heen, het geflirt over het scherm,

het telefoonsnoer in strengen om je lijf, het visje van de man
van het plein, het ernstige plotseling afgebroken

gesprek bij het koffieapparaat, de gratis elastiekjes en grote
gele enveloppen uit de voorraadkast en het

stelselmatig informeren hoe ver je was en waarom niet en of
je als eerste morgen die ene plant zou kunnen doen?

 

(boek 8, 98.795 woorden )

 

dat laatste is van belang

“Mijn jurk was er een die bij niemand in de smaak hoefde te vallen. Misschien had hij in het begin wel die bedoeling gehad, maar die was hij dan snel vergeten. Aan zoiets moet je herinnerd worden. Of het nu de vissen in het water zijn, of het lied van een vogel, of liefde zoals alleen de natuur die kent – iets moet ons eraan herinneren.”

uit: Die Landstraße, Regina Ullmann, 1921
vertaald tot De landweg door Josephine Rijnaarts, 2016

dat laatste is van belang

Het eerste weggaan is al bij de ontmoeting. Er worden
afspraken verzonnen, situaties geschapen,

fases aangeduid. Wat volgt is onze reactie daarop. We
denken dan nog dat verlies het ergste is,

handen loslaten en zodra we de hoek om zijn rennen
maar later blijkt dat blijven het langdurig

uitstel is om alsnog te ontkomen. Er zijn altijd redenen.
Het eerste respijt telt de jaren, de kromme

houding waarin je slaapt, sterren aan de hemel, hoe vaak
je wel niet lacht, je hoort het zelf. Het laatste

valt samen met het lichaam, de schaduw vooruit, het
kleeft aan je als hitte in het hooi, het

aarzelt, dan zwijgt het. Het eerste blijven volgt na het
uiteindelijk gaan en weet van het gemis.

stof dat blijft liggen

Er is nog steeds geen gedichtje over hoe mijn lijf nu
op het leer valt, vanaf grotere hoogte lijkt het,

en blijft plakken aan zijn nieuwe bank, terwijl hij duwt
en trekt en gromt, of hoe het nieuwe knopje

bij de wc werkt, omdat het het oude is, zegt hij, hoe ik
moet omgaan met de hoofdpersonen in

zijn boek of hoe ik kan passen binnen zijn bereik en
wel een beetje vaker graag, simpelweg omdat

alles dus bij het oude bleef en we alleen maar onze best
hoeven te doen om alle technieken te begrijpen.

Dat lukt niet erg. Ik kom maar niet uit gebruiksaanwijzing
of noodzaak en vooral dat laatste is van

belang. Het teruggekeerde muisje heeft daar geen last
van, het gaat alleen om de kruimels tenslotte.

een oproep in de nacht

O het geluid van de regen, zacht eerst, het lichte tikken
tegen de ruiten van een vriendje dat komt

kijken of ik thuis ben, het ongeduldig roffelen later als
ik bovenop de lakens mijn adem bijna

inhoud, het zweet volg op haar route, de lome vingers
uitstrek, het uitzinnig opzwepend neerstorten

daarna, stof dat blijft liggen, dode bladeren tegen het
opnieuw weer zwarte asfalt drukkend, het

rukken tegen de open deuren, ramen die sinds lang het
bibberend patroon vertonen, bijna juichend

en dan weer de stilte, een enkele snik na en hoe ik daar
naakt dansend tussen had kunnen staan,

ik ben niet thuis, ik ben buiten, ik spring in de plassen
en vang met open mond je zegen op.

ochtenddauw

We hadden bijnamen en codes, afgesproken tekens
en gesprekken zonder locatie, we knikten

instemmend terwijl we niets zagen dan elkaar, halve
gesprekken met de ander, er waren

pakketten van mijn moeder, zei ik, brieven van een
schoolvriendin, mijn parfum was

de geur van de kat, alles leek een overgebleven en
onbeperkt houdbare voorraad. Er was

een oproep in de nacht, ik wist toch dat ik terstond
moest komen, een kind met een nachtmerrie.

De ochtend was verloren, er bleek een nijpend tekort
aan alles, er werden familieleden vermist,

een brief verbrand, de kat kroop onder de vloer maar
de belofte bleef: de hitte was verzengend.

ochtenddauw

Ik zal de dag beginnen als een vlek
In de lakens. Ik zal uit je handen
De leegte der tederheid eten. In je mond
De witte hitte der waarheid vinden.
Mijn valk zal de stilte van een wingewest
Ontdekken. Wij zullen vreedzaam ontwaken
Op de koele kussens der droefheid. Ik kus je.

Ik zal een boek voor je kopen, en laarsjes,
Mijn ademhaling herzien, een triest feest
Bedenken, en wijn en rozen voor ons kiezen.
Het zal een dag worden, geurend als een
Boomgaard, als een koortsig orakel
Van liefde, stervend aan je lippen,
Trouw als de eeuwige herfst. Ik omhels je.

De avond zal langzaam groeien, verlaten
Als een windstreek, eenzaam als een rivier,
Maar warm als de nachtwind die ons herkent
Als de regen of de schaduw van een vriend.
En al wat schuldig is zal ik voor je
Verzamelen: mijn mooiste zonde, het geluid
Van een traan, de luie geur van je zweet en
De dubbele bodem van de dood. Ik leef van je.

Nic van Bruggen, Droef maar eerlijk liefdesgedicht
uit: Ademloos seizoen / opgenomen in de bloemlezing Waarom ben je niet bij mij (Arie Boomsma)

zelfs kwispelend  

Een vriendelijk lezer vertelt me dat de mogelijkheid tot
reageren verdwenen lijkt, misschien ben

ik me niet bewust van de keuzes die ik heb en de schier
oneindige tegemoetkomingen online, ook

zou het kunnen dat ik niet weet onderdeel te zijn van
andermans ochtendlijk verkeren, zo net

voordat de wereld echt ontwaakt en we onze goede
bedoelingen herhalen. Weet ik dat er

een moment is waarop we tegelijkertijd het laken uit
het raam hangen, de knoop bovenaan, en

ontsnappen, voeten nat van ochtenddauw, het handschrift
op het briefje hetzelfde, onze moeders

verontrust, en elkaar halverwege tegenkomen, zonder ooit
die afspraak te hebben gemaakt?

wat onzin te fluisteren

Steeds duidelijker wordt hoe het leven zich binnen deze
muren zal voltooien, hoe de stapels groeien waartussen

steeds stijver de bewoner zich beweegt, hoe de ramen
beslaan met de hitte van de stad, het stof

zich plakt tegen het uitzicht, hoe zachter de toon van de
bel wordt naarmate het later en later is, hoe

hoger de traptreden zich wentelen, hoe onrustig ook de
honden beneden aanslaan. Onvermijdelijk

bijna is het gesprek met jezelf. Vensters eerst nog op een
kiertje, daarna hermetisch gesloten, het

gordijn neergelaten, het groen geel en de afstand steeds
groter, het is de angst voor dat wat

leeft en zich tegen je opdringt, hijgend en bijtend, zelfs
kwispelend, of dat wat voor dood op je ligt.

drie minuten over half acht

Misschien als je langer wacht dus telt tot hij langzaam de
knoopjes open heeft en niet aanbiedt hem te helpen,

nog wat omtrekkende bewegingen maakt in plaats van, is
dat hetzelfde als een ochtend overslaan, na

te denken over mogelijk een gedicht en niet meteen het
scherm te bevolken, kom je dan niet eerder tot

een waarheid zoals bij het diep adem halen alvorens boos
te worden? Is het niet beter regel voor regel

te herhalen zoals te beginnen met zijn mond en daarna
zacht te duwen tegen de rest, zijn vingers

uit te spreiden en na te tekenen met de jouwe voordat je
ze niet meer loslaat, wat onzin te fluisteren

kortom en nog niet te praten van de versvorm of hoe het
danst voor je ogen, dat lijf, en mee te doen?

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑