We kennen de kinderen bij naam (Jayden, Aiden, Mark,
Lisa, etter, Marrrrrkkk hoewel de laatste ook de

vader kan zijn, het konijn of opa), we weten de locaties
van de bal (schoppen! Nee, niet daar!), hoe

graag ze blijft zitten en haar sigaretje rookt, scrollend
over haar toestel, we weten hoe laat er morgen

gespeeld wordt (nou doei hè) en voor het gemak weer
bij haar, hoe laatst de auto bijna het hek raakte

(godsklere, dat zal mij weer overkomen), het traliewerk
haar zorgvuldig gebruinde huid en Cheryrryl

insloot (de kat, pluimstaart, schoonmaakster, toevallig
langskomende buurvrouw) en hoe het

laatste worstje altijd op de barbecue blijft liggen maar hoe
zij heet, blijft onbekend. Niets schreeuwt naar haar.