Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Maand: mei 2018 (pagina 1 van 4)

de staat van God

I am the tall kingdom over your shoulder

Seamus Heaney, uit Act of Union, from North

 

Gedicht van de Maand: Juni 2018

de staat van God

Bepaalde toetsen blijven, door de hitte wellicht of
door kleverige vingers, restanten van een

hapje, overgeslagen schoonmaakbeurten en heel
veel stof, aan elkaar geplakt hangen en

weigeren dienst of doen dat pas na veelvuldig en
iets te hard op hun kop getikt te zijn, geschud,

gerammeld of zo lang onder mijn vingers bewogen
dat de tafel eronder scheurt en kraakt en bijna

alle inhoud voor mijn voeten ligt en dwars door de
vloer op straat voor iedereen leesbaar. Ook

een manier van toegankelijk werken. Leuker zijn
de onverwachte combinaties die alsnog en

totaal zinloos na een korte pauze op papier terecht
komen, verstuurd aan de verkeerde persoon.

de cirkels steeds wijder

Even ben ik terug in de koele keuken van het ouderlijk
huis waar mijn wangen tegen de tegeltjes rustten,

mijn handen gevouwen in mijn schoot, mijn ogen stijf
dicht, schimmen om me heen die de staat van

God door de ramen heen verklaarden, mijn vader die altijd
beweerde dat de bui reeds overgetrokken was

en mijn mamma die steevast telde en de maan ontwaarde
en ook als toen is de genade de vrede en stilte

achteraf, het ruisen van regen door de opengezette deur,
de geur van nieuwe zomers en herstel, de

zucht van hem, een boterham of alleen de kaas, en haar
theorieën of hoe luchten weer helder werden, leeg

totdat er opnieuw iets was dat ik verkeerd deed en waar
ik voor gestraft zou moeten, zo wist ik zeker.

niets aan de hand

Als de schreeuwers nog slapen, sla ik mijn slag. Ik
fileer hun huishoudens, dring me op aan hun

aanrecht, vermaal hun geschiedenis, zet de geluiden
op nauwelijks hoorbaar. De rest van

de tijd doe ik dan alsof ik niet aanwezig ben. Er zijn
volle kastanjebomen waarin ik woon, enge

staketsels waaraan ik hang, jurken die zelfs over het
hoofd wapperen, de dampende lucht. Ik

schrijf ze uit, zie mezelf op heel andere plaatsen, weet
waar ik vandaan kom, herinner me eraan,

lopend worden de cirkels steeds wijder. De eerste die
opstaat, treft zijn woning in het weiland,

omgekeerd, de tweede zijn auto in de lantaarnpalen,
de derde blijft liggen, roerloos.

een dichtbundel is een soort inventaris

Interview met Frank Pollet

Een dichtbundel is een soort inventaris

een volgende aflevering

Hij heeft het over kwaliteit van leven en hoe een aantal
dingen die kunnen verhogen zoals hij

het heeft over het door mij afbreken van zinnen die hij
vervolgens dan niet kan lezen. Als ik nu maar

hem zou voorlezen, dan was er niets aan de hand. Er
waren altijd bepaalde voorwaarden tot dat

leven, zeg maar. Verlengsnoertjes van werkkamer naar
keuken, stopcontacten tegen de plint, prijsjes

op mijn producten, het veronachtzamen van kat, kind
en moeder, het bij elkaar houden van mijn

benen, het vergelijken van verten, luchten en contracten
en zeker het liefhebben van mezelf, niet dat van

boze mannetjes die probeerden het mij makkelijker te
maken en heus zonder enig noodzakelijk belang.

afneembare tegeltjes

Het is beslist iets van een gunfactor, zegt de een. Waar
we vroeger elkaar op de schouder zouden kloppen,

uitroepend hoe we elkaar mogen eigenlijk en misschien
waarom, zijn er nu factoren die het mogelijk

maken dat de dichters van heinde en verre in mijn kleine
provinciestad willen staan, het podium zelfs

onverlicht, de straatgeluiden door de open achterdeur en
de kok die aan de andere kant de radio zacht

zet. Dezelfde factoren of die ene zorgen voor een inhoud
waarbij het publiek lacht, in onmacht valt of

verzit, mijn vergadertafel vol komt, etenstijden uitgesteld
en nekken roodverbrand aan een terrastafel vol

bier, de thuisblijver met wroeging een volgende aflevering
omcirkelt, alvast de voorpret die ik hem gun.

op handen lopen

Een lezer brengt mij mezelf: jong nog, vol
bravoure, grimmig en soepel hoewel

alleen in de ledematen en gewrichten, het haar
rechtop en blauw, schaamteloos

de borsten, schuldig het gedrag. We grinniken.
De schrijver heeft dat zo gewild.

Vervolgens willen we haar terug, vooral die
lenigheid, een plukje blauw zou ook

niet misstaan, bungelend onderaan de grijze
slierten. Het lijkt nu alsof alle

avonturen alleen op het whiteboard staan, strak
maar uitwisbaar alvorens, slechts

terugkomend in dankwoordjes en jaarverslagen,
dronkenmanspraat en tegeltjes, afneembaar.

het logboek van zijn onderneming

Omdat we een moment lang dachten, nee, zeker
wisten dat de wereld stil zou blijven staan,

wij naar beneden vielen, hij in stukken, ik heel
er achteraan, krijsend, is de rest van

de tijd een andere, nieuw en vreemd en slecht
passend. Ik probeer een andere volgorde,

zoals op handen lopen met het haar slepend over
de grond, een toetje in de ochtend, een

streep door mijn overvolle agenda, de zon in de
nacht. Was je erg bang, zullen we

morgen niet vragen, wil je alsjeblieft nooit, zullen
we morgen niet noemen, ook niet heb je wel

mijn naam bovenaan staan, weet ik wat ik moet
doen, ga je asje alsjeblieft nooit, nooit?

ruimtes tussen favoriete letters

Soms heeft dat wat je schrijft niet meer inhoud dan
de schommelingen in temperatuur die

nauwgezet door een binnenschipper in de kop van
een noordelijke provincie in het begin

van een vorige eeuw genoteerd werden in het logboek
van zijn onderneming. Ik lees hem, scheel

van het kleine handschrift, bereid tot iedere afwijking
in de regelmaat van zijn pen, een hagelbui,

een hevige regenval, een zicht beperkt tot een halve
meter, luchten die zo dreigend zijn dat hij

het laatste oordeel ziet. Ik wil naar hem afreizen om
zijn boot te zien, zijn vrouw en kinderen of

de grijns bij een zonnige dag, ik wil het zompige land
rondom of het gebarsten raampje in de

kajuit, sterke koffie naast het stuurwiel, zijn pet en de
weersverwachting voor de dagen die komen.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑