opstel(opstel lagere school)

Ik noem mijzelf schrijver, geen dichter. Het is altijd de manlijke vorm geweest, ik heb het gevoel dat het anders niet  serieus genomen zou worden.

She says, “You must be jokin’.” I say, “I wish I was!”
Then she says, “You don’t read women authors, do you?”
Least that’s what I think I hear her say
“Well,” I say, “how would you know and what would it matter anyway?”

(Bob Dylan, Highlands)

Er zijn 14 manuscripten, waarvan 4 in bewerking of 5 of 6. De personen en onderwerpen zijn dezelfde als in mijn logs.
De echte onderwerpen zijn liefde, leegte, angst, eenzaamheid, onzekerheid, seksualiteit, de vader,  de afwezigheid daarvan, het alleenstaand ouderschap, heimwee, verveling, het onderweg zijn, het eeuwig uitstel.

In 2014 voltooide ik een biografie van een persoon met manische depressiviteit en mijn relatie tot hem (zie ook de bundel De hand de beweging laten maken, januari 2012 en de nog uit te geven bundel Ik wil de zachtheid van het alledaagse – werktitel, juli 2017). De – voor een klein deel fictieve – geschiedenis wordt geïllustreerd met mijn poëzie. Uitgever De Geus vond het een bijzonder project maar niet passend in haar fonds (maart 2014), De Arbeiderspers wees het tevens af (juni 2014).  
In 2016 en 2017 publiceerde ik af en toe een pagina en las eruit voor, september 2017 nam ik het geheel opnieuw ter hand met de bedoeling het alsnog een uitgever aan te bieden.

In 2016 begon ik met De Bestseller, het nadert zijn voltooiing. 

 

Mijn boekenkast is niet ingedeeld op kleur maar op alfabet, al staan de reeksen (Rainbow, Bezige Bijtjes, Salamanders) bij elkaar, alle religieuze werken apart en de poëzie daarnaast. Alle kunstboeken op de onderste planken, alle kinderboeken daarboven en wat trivialer zaken dwars of daarachter. Alle woordenboeken en studieboeken apart en dan nog torens vrouwenboeken waaronder een klein oeuvre erotische boeken (niet per se van vrouwen).
De boeken van mijn vader staan in mijn kast en ook herbergt zij een klein deel van de verzameling van mijn ex-echtgenoot. De werken over Dylan staan naast het aardewerk uit mijn mamma’s geboorteland, de viltstiften, kleurpotloden, kleurboeken en Donald Ducks.
De boekenkast wordt niet uitgedund, herzien en opnieuw geordend, een boek wordt herlezen en herlezen, een nieuw boek wringt zich ergens tussen. De meest herlezen boeken zijn van Jeanette Winterson, Fay Weldon, Paul Biegel en Janosch.
Ook een slecht boek moet ik uitlezen – het verdwijnt dan tenslotte in de houtkachel of wordt kado gedaan.
Ik lees over literatuur en ken mijn klassiekers. Mijn boekenlijst op de middelbare school vertoonde een afwijkende keuze – ik las geen Wolkers, Hermans of van het Reve, geen Mulisch.
Ik koos voor ‘de vrouw in de Middeleeuwen’ bij mijn studie Nederlands en schreef een scriptie over ‘de weglaatbaarheid van woorden’ in het werk van Kopland.
Ik houd niet van tweedehands boeken. Ik leen wel eens een boek van mijn broertje, ik neig van een schrijver alles te kopen.
In de boekenkast ook mijn fotoalbums, de eigen bundels in voorraad en de strips van Lucky Luke, Asterix & Obelix, Guust Flater, Casper en Hobbes en een Manga serie. En 1 plank vrij voor de tijdschriften en kranten en losse artikelen.
Ik maak geen aantekeningen in boeken, ik leg er briefjes tussen of maak ezelsoren.