Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Pagina 3 van 367

dat wenkt en zuigt en zingt

Iets van die paniek dringt tot onder de deurspleet door.
Godverdomme, schreeuwt de buurman en de

wind die kouder wordt, slaat de laatste kerstballen stuk.
Bijna al hangt zijn lijf aan de laatste traptree,

de nacht donkerder dan ooit. Van repen stof heb ik kussens
gemaakt die ik voor de deur leg. Zoiets

doe ik met woorden ook. Het ene gat vul ik met het andere,
ik neem iets terug van toen en gebruik iets

ouds voor nu, de vorm is plooibaar, zacht en uitermate
geschikt voor het liggen op

de stoffige vloeren. Het is een kwestie van dossiervorming,
zegt de politie over de onverlaat. Dat

beweer ik ook over mezelf, het leven, de toekomst, de tocht,
de ballen, de vloek, het zijn.

ook al is dat misschien alleen vandaag

alle logs, het hele gebeuren, is natuurlijk één langgerekte mail aan een lief die – zoals ik gewend ben – niet antwoordt, een uitgesteld orgasme, een roep om aandacht, een zucht naar erkenning

natuurlijk schrijf ik in de hoop dat ik blijf, verpletter, raak, losmaak
natuurlijk schrijf ik zoals ik vroeger mijn moeder briefjes schreef vanaf de verschillende werkadressen – ik verstuurde ze echter niet
natuurlijk schrijf ik zoals ik vroeger mijn vaders’ brieven ontving, vol bekentenissen waar ik niet om gevraagd had en vol liefde die niet altijd voor ons was – ze waren in het geheim geschreven vanachter het kerkorgel of vanachter het bureau en ik verbrandde ze pas een aantal jaren geleden, huilend
natuurlijk schrijf ik zoals ik met mijn echtgenoot correspondeerde – van kattebelletje op een wc-papiertje tot keurige brieven vanuit het werk tot agenda’s vol gezinsaantekeningen
natuurlijk schrijf ik zoals ik mijn man schreef – lava dat zich een weg baande tot
natuurlijk schrijf ik zoals ik hem schreef – verklarend, badinerend, rancuneus, vergevingsgezind, te vroeg, te laat
natuurlijk schrijf ik zoals ik jou schrijf – te impulsief, gek
lief
natuurlijk

log van 4 mei 2006

ook al is dat misschien alleen vandaag

“Presence and absence, two identical images.” Absence is a torture: the anguished expectation of a presence. Presence itself is an interval between two absences: a torment.

Simone de Beauvoir, in her Foreword to Violette Leduc’s La Batarde (The Bastard).

ook al is dat misschien alleen vandaag

Ieder gedicht is natuurlijk een brief aan een lief die, afwezig
want op wereldreis en ingescheept naar verre

oorden, onbereikbaar geworden is, ieder bericht een teken
van leven tijdens die afwezigheid zoals ieder

woord een roep om terugkeer is, aandacht en bevestiging
alsof de reiziger voortdurend heimwee heeft en

niet zijn eigen koffers gepakt heeft maar onder dwang werd
afgevoerd. Daarbij staat de schrijver aan

de kade, in het zwart bij voorkeur of loopt zij bijna in het
kolkend water dat wenkt en zuigt en zingt.

En dan de haastig geopende enveloppes, bijeengehouden
met rood lint, die op de borst van de lezer

voor veiligheid en bescherming zorgden en het hart lichter
deden kloppen en het thuisland dichterbij.

de vragen van een medestander

Geen gedicht door naar de top 100 van de Turing.

de vragen van een medestander

Van Tetsuji Seta in Parallel Worlds tot Sieb Posthuma, van Raffaello Sanzio tot Lorentz, van Alles Elektrisch tot Frog in Space en niet de Ostromia of de Red Velvet cake maar wel Teylers, Haarlem, 4 januari 2018

de vragen van een medestander

Boven de gebakken kabeljauw die zwemt in een badje van
boter en fluweelzacht de aardappelpuree door

de mond laat glijden, vindt ze dat ik nu maar eens dit maal
moet beschrijven of misschien de

ober met zijn twinkelende vragen en perfecte aandacht en
niet weer het ziekmakend gemis dat zo

slecht bij onze witte wijn past en de kerstversiering die nog
flonkert vanaf de wenteltrap want natuurlijk

begrijpt ze het en herkent ze het maar ze viert het leven en
ook al is dat misschien alleen vandaag, de

wangen rood en de stem fluisterend, ik ben er nu en een
schrijnend gedicht kan ze morgen moeilijk

leuk vinden, toetje? vraagt ze en daar is de ober al met gul
versierde bordjes die maar een beetje wiebelen.

 

(voor T.)

nog lang en gelukkig

Soms is het alleen zijn niet voldoende. De geluiden in het
hoofd gonzen als het verkeer beneden, stemmen

in het trappenhuis, vliegtuigen in de lucht, vogels die krassend
van de dakgoot rollen, piepjes die het schermpje

rechts naast me doen oplichten, een deurbel die een nieuwe
toon produceert en me schrikken laat, in

de verte nog het murmelend kind en zelfs de tikkende poten
van een kat zoals de vragen van een medestander,

de aandacht van een vriend, de nieuwe aflevering van een
serie, de kranten van twee weken terug, het

nooit afgesloten verlies van langer geleden, de ogen van mijn
mamma en het hard dichtklappen van een deur

ergens, toen, opnieuw en zijn warm, los vel dat bruin in het
omwoelde bed lag met daar bovenop zijn handen.

de maan naast de sterren

De heer B. draagt niet langer mijn naam in inkt op zijn hand,
hij roept haar bij binnenkomst, draait in pirouette

met zijn rollator om mij heen, zegt dat we elkaar hier allemaal
tutoyeren en hoe hij van vrouwen houdt, hij

noemt ze die middag allemaal even zoals we daar om hem heen
zitten en horen hoe andermaal iedereen nog

lang en gelukkig leeft of prins wordt dankzij een betovering of
door dappere strijd ijs- en vuurstorm doorklieft en

kasteel, schatten en haar wint, hij zou het voordoen als het nog
kon maar hij heeft ook overal pijn, zegt hij, als we

daarna alleen nog even praten, je zou het niet zeggen, ik weet
het, en daarna komen we alsnog om in oorlog en

kindergeschrei, door op hol geslagen paarden, foute beslissingen
en jarenlange eenzaamheid of mevrouw K.

 

(in de voorleesgroep  gisteren een Keltisch anoniem sprookje
over een zwart paard)

ik wil haar graag hetzelfde

Alkmaar, 1 januari 2018

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑