Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: werk (pagina 1 van 30)

de zeurende dreiging

Het was deze man die ik vaak citeerde: groter dan groot en
licht naar me voorover buigend of precies in

die straal zon die door het gekleurd raam naar binnen viel.
Het was daar dat ik opnieuw thuiskwam, nu

door de voordeur, en men mij omsloot. Een driftige voorganger
hief zijn handen op, ik lag bijna op mijn

knieën maar toen ik mijn ogen dichtdeed, voorbereid op zijn
zegen of de klap waarmee, hoorde ik muziek,

zoet, kalm en later met dezelfde verwarrende wervelende toon
die in mij zat. Later zette hij zijn signatuur

op de voorste bladzijde, serieus en onder mijn kinderlijke naam
en bleef mij even aankijken. Ik was daar ook,

zou hij zeggen, en ik zag hoe je bewoog in de tijd en met je
mond open probeerde wijs te houden.

 

tekortkoming en overschot


in de voorleesgroep vanmiddag!

tijdstippen die nergens aangegeven stonden

Reuring in de Kooimeer, 9 januari 2018

tijdstippen die nergens aangegeven stonden

Ik wil de waarheid, zegt mevrouw V. tegen de man
naast haar en simpel stelt hij dat die er

niet is. Het gaat over de aanwezigheid van X. aan
haar tafel zoals het ging om Y. in

haar leven, P. in haar bed, C. in haar mantel en T.
in het kleine Japanse wagentje dat ze

tot voor kort nog reed. We lezen over veranderingen
in het stadsleven en ruiken de inhoud van

de houten tonnetjes waarop zij ooit zaten maar dit
ongemak is groter. Ze kijkt me aan en

zomaar ken ik het hele alfabet en alle plaatsen en alle
tijden waarop. Het is subjectief, zeg ik

tegen niemand in het bijzonder en misschien moet je
echt genoegen nemen met wat je hebt.

uitermate geschikt voor

de vragen van een medestander

Geen gedicht door naar de top 100 van de Turing.

nog lang en gelukkig

Soms is het alleen zijn niet voldoende. De geluiden in het
hoofd gonzen als het verkeer beneden, stemmen

in het trappenhuis, vliegtuigen in de lucht, vogels die krassend
van de dakgoot rollen, piepjes die het schermpje

rechts naast me doen oplichten, een deurbel die een nieuwe
toon produceert en me schrikken laat, in

de verte nog het murmelend kind en zelfs de tikkende poten
van een kat zoals de vragen van een medestander,

de aandacht van een vriend, de nieuwe aflevering van een
serie, de kranten van twee weken terug, het

nooit afgesloten verlies van langer geleden, de ogen van mijn
mamma en het hard dichtklappen van een deur

ergens, toen, opnieuw en zijn warm, los vel dat bruin in het
omwoelde bed lag met daar bovenop zijn handen.

de maan naast de sterren

De heer B. draagt niet langer mijn naam in inkt op zijn hand,
hij roept haar bij binnenkomst, draait in pirouette

met zijn rollator om mij heen, zegt dat we elkaar hier allemaal
tutoyeren en hoe hij van vrouwen houdt, hij

noemt ze die middag allemaal even zoals we daar om hem heen
zitten en horen hoe andermaal iedereen nog

lang en gelukkig leeft of prins wordt dankzij een betovering of
door dappere strijd ijs- en vuurstorm doorklieft en

kasteel, schatten en haar wint, hij zou het voordoen als het nog
kon maar hij heeft ook overal pijn, zegt hij, als we

daarna alleen nog even praten, je zou het niet zeggen, ik weet
het, en daarna komen we alsnog om in oorlog en

kindergeschrei, door op hol geslagen paarden, foute beslissingen
en jarenlange eenzaamheid of mevrouw K.

 

(in de voorleesgroep  gisteren een Keltisch anoniem sprookje
over een zwart paard)

zijn rol in de geschiedenis

Er is een wijziging die ik nog moet doorvoeren, een stapel
prints ligt op een tafel klaar waar de bundel, met ringbandje,
nog van voorzien moet worden en er is

weinig tijd, het publiek zal zich zo verschansen in het pand
waar ik kunst en kinderen combineer aan dezelfde tafel en
enorme voorraden boeken, eten, katten,

speelgoed, tassen, vuilniszakken op de grond rondom; ik
verbeeld me dat de mensen al door de ramen gluren en tegen
het glas leunen en straks gewoon naar

binnen zullen vallen en ik zal nooit op tijd klaar zijn, erger
nog, ik weet niet eens wat er veranderd moest, is het wel
nodig deze ongerustheid te voelen, ben ik niet

altijd foutloos en correct en bovendien, maakt het iets uit?
De kinderen stellen gerust, als altijd, en ik begin het huis
op te ruimen in plaats van de woorden en

voordat ik de deur openzet, zie ik jonge katjes in de hoek
van de kamer en schimmel op de rugzak die ik vroeger op
de schouders hees met het werk van toen.

met uitzicht op dezelfde lucht

Steeds meer herinneringen komen aan dezelfde tafel naar
boven, zij blijken straten, steden en gewoonten

te hebben gedeeld en nu kerstpakketten, kamerindeling en
vermaak op het oudejaar, dood en rolstoelgebruik,

kind en hond, en ik lijk even oud, een van hen, en laat de
geiten uit de achtertuin, mijn vader, mijn

dromende zoon, de boeken uit mijn kast en de kersttruien
uit het overzeese land los, dan op weg naar

huis of in de nacht veelal weet ik niet meer wie ik ben, hoe
lang ik hier al ben, ontsnapt misschien uit

het instituut met de weeë geur en de overdadige kerstslingers
met vingers die knijpen in zachte schouders en

koekjes die in vrolijke vaart net voor de tafelrand in onze
open monden verdwijnen, het boek onder de arm.

 

(wij lazen gisteren een kerstsprookje voor van Godfried Bomans
uit 1946 en nog wat versjes van Annie MG Schmidt over kerstmannen
en dachten aan de plezierige stem en het nette uiterlijk van de eerste)

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑