Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: vrouwen (pagina 1 van 8)

hij kan zomaar zich vermaken

Het zijn vooral de vrouwen, daar maar waar dan ook,
die exemplarisch zijn voor het zich afgespeelde

leven, hoezeer ik me ook de mannen fantaseer, en niet
alleen in hun aanwezigheid overal elders maar

ook in hun fragmenten die geschreven lijken om te
worden gelezen en te blijven staan door

alle tijden heen. We zouden moeten tellen, zegt de een,
hoeveel mannen er zijn die een dagboek houden

of de tijden waarop zij schrijven maar het is een man
die later vraagt of we de handen omhoog willen

steken bij een bevestigend antwoord. Ook daar moeders
die het dagboek vinden, ook daar de

geheimplaats ontrafeld, ook daar het slot op de mond om
eerst pas later het ons te vertellen: die geleefde tijd.

het verschil

Als ik nog eens de kans krijg, zegt de vrouw naast me op
geheime fluistertoon, moet ik beslist de

zonsondergang in de woestijn bekijken. Ik zeg dat ik een
huismus ben en ik lach wat verontschuldigend.

Ze schuift wat ongemakkelijk heen en weer, ze is nog niet
gewend aan de beslotenheid van het tehuis, de

regels, het feit dat haar man en camper weg zijn, haar huis
verkocht is, haar kinderen, zoals ze zegt, ‘op

safe spelen’, een beetje zoals ik, denk ik. Het is nog maar
een paar maanden geleden dat ze alles bezat.

Ik dacht u laatst op straat te zien, zeg ik haar, het geheim
wordt groter: regelmatig gaat ze terug naar

haar oude straat, ze laat zich toch niet beperken, haar hoofd
is nog goed, de zon, zegt ze, in die woestijn!

En net als ik denk aan dat hoofd, haalt ze een kaart uit haar
tasje, Saoedi-Arabië en xxxxx op de achterkant.

 

(we lazen gisteren weer voor in verzorgingshuis de Kooimeer,
uit de verhalen van huismus Wil Bijlsma)

op onverklaarbare wijze

Dat we er nog zijn, misschien vieren we dat. De glazen
opgepoetst, het bestek gewreven, de

zomer buiten, de beesten dood. Met hakken zo hoog als
mijn mamma had, het bandje over

de hiel, het vestje teer en met paarlen als knoopjes, het
haar ineengerold en weggestoken, een

zachte blos van bloemenzee en wijn en zon die ondergaat.
Dat we over de toekomst praten terwijl we

alleen het verleden delen, zachte oefeningen in een donker
hol, en zij zoveel duidelijker het plan ontvouwt:

waar ik de wereld op afstand hou en meewarig haar einde
noteer, scherpt zij haar zwaarden en

trekt ten strijde. Mijn zonen zal ze sparen zoals ze hun
moeder bewaart, voor een volgende keer.

alleen nog het waken

Het is als met het uitstellen van muziek, het in sluipbeweging
naar de platenkast lopen, je favoriet blindelings

kunnen pakken omdat je overal met tranen in je ogen de tonen
en zelfs de slechtste covers herkent, niet

wilt geloven dan dat het ooit geschreven is voor hen, de deur
piepend dichtlaat en niet aan de volumeknop draait,

zelfs niet de foto op het hoesje bekijkt, misschien alleen even
voelt door het glas heen. Het mist misschien

de aanmoediging: je kunt hier gerust huilen, zei een vreemde
mevrouw, een lange schraag, plastic borden met

eten, ik doe het zelf bijna ook, zei ze later, nu ik jou zo hoor
en dan het bijna kunnen voelen, de begintonen

horen en nog voorwenden doof te zijn eerst, o maar om te kunnen
janken zoals je danst, schokschouderend en bloot.

haar ondergronds systeem

Alleen de ogen en het begin van zijn neusje lopen mee
met de tafelrand, die en daar zeggend, wat

haartjes dansen en de handjes schuiven mee, behoedzaam,
dan opeens verdwijnt hij weer uit het zicht,

het gemurmel houdt aan, stralend want nu met hele neus
en mond open komt hij vanonder tafel vandaan

en toont mij het boekje waar geit en kip, kind en trekker,
haasje in de verte, nu de favorieten zijn, daarbij

klimt hij over zijn mamma heen, kust haar en passant,
pakt een kruimel rijstwafel die toevalligerwijs

onder zijn blote voeten ligt, vindt een sok, zijn beker
en maakt muziek met een lepel en het wiel

van zijn wagen, ik zing. Jij verzon mijn woorden vroeger,
zegt de mamma van nu, haar mond vormt geluk.

het patroon van mijn jasje

Mijn jongere ik is een zusje dat langskomt, druk pratend en
van de ene voet op de andere en kasten openend die

dicht zouden moeten blijven, met haar kleverige hand langs
de planken alles verplaatsend nadat ze

een voor een attributen pakt en giechelend omhooghoudt. Je
vertrouwt haar niets toe maar ze is je voor, dan

springt ze op je rug en blijft hangen, het blauwharig wezen,
en fluistert in je oren en niets wil je weten terwijl

zij alles weet, ze herhaalt je de vluchtpogingen en hoe vaak
je echt verdween, ze heeft het over man nummer

zeven en noemt de andere drieëndertig morgen want ze is terug
voordat je adem kunt halen en je mist haar

zodra ze even slaapt, het hinderlijke is dat ze gelijk heeft en je
kent, ze heeft dezelfde vader namelijk en ze is vrouw.

mijn gebedel

Na de regen vlecht ik mijn haar en bind de uiteinden,
een Russische plattelandsvrouw, de

volle manden op haar heupen. Zo stelde ik me hem voor:
in andere tijden, schuilend in een

greppel, het weer meedogenloos, de ander evenzeer. In
de nieuwe ochtend haal ik het haar los, opeens

een meisje dat vrolijk schudt, hij speelt in de straat hier
achter, ik kom zo. Daarna valt

de massa naar achteren, langs mijn mond omlaag, warm
in mijn nek, zilveren strepen over

mijn traditioneel zwart, vegend langs de inhoud van mijn
lijf. Hij zou glimlachen om het

zacht gekriebel en zich schuilhouden in het woud, alles
daarbuiten zou vandaag zijn.

een selectieve greep uit de wereld

Opnieuw geef ik hem weg. Ik verdeel hem in stukken
en gooi hem boven mijn hoofd als een

begerend bruidsboeket los, de bloemen vliegen uiteen,
giebelende vrouwen staan te wachten, ze

denken allemaal dat ze hem kunnen helen, houden en
nodig hebben zoals ik dat ooit dacht.

Opnieuw houd ik mezelf in reserve. Ik spreid mij uit
over vele lagen papier, gebroken wit dit

keer, waar ik achter zijn punt nu zijn volledige naam
prijs geef zodat zij alvast kunnen proeven hoe

het vervoegen klinkt. Ik vouw mezelf een laatste keer
teder om hem heen, zet dan

scherp het beeld vast op die jubelende beweging van
kleur in de lucht en hun gesnater.

geen geluid

Hoewel ongelijk verdeeld, altijd een balans zoeken. Het
haar een lichtend voorbeeld boven het zwart verschijnen,
de voeten zo vergroot dat ze zichtbaar zijn nog onder de
verzwaarde borsten, de benen in

cadans, losjes de handen alsof een liedje gezongen wordt
terwijl het weinige van waarde vastgehouden is. Soms
torent zij boven alles uit, de houding, hoort zij zeggen, de
houding is altijd het belangrijkste van

het hele gaan. Binnenkomen, weggaan, tussen beide komen.
Dan daarna de geur van haar parfum, haar lijf, de zomer die
vochtig om haar heen hangt, haar

gerechten, de ene keer zoet en licht, de andere keer gekruid
en zwaar, gulle bedenksels, giechelende fantasieën, leunend
tegen je zwijgende onbeweeglijke statuur.

kinderen op het schoolplein riepen me na

Ze hangen samen boven de aanbiedingen van de
week en knijpen even in de geboden

waar. Communicatie op basis van het geheim dat
je zou delen, alsof zijn harde vingers

niet de vrucht zouden beschadigen en haar schelle
marktvrouwenstem niet het

argwaan zou wekken dat bij de kortingsactie hoort.
Vroeger ondernam je nog iets met

Sandeman, of je moeder of onder de dekens met
buurmeisje C. dat te veel lachte, nu

zijn er alleen maar stiekeme leden van een onmogelijk
verbond. Ik glip achter ze langs, hele

torens fruit kantelen, appelen rollen voor me uit, de
kersen hangen aan mijn oor.

Oudere berichten

© 2017 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑