Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: vrouwen (pagina 1 van 8)

zeker negen

Bij het moeizaam omhoogkomen en van tafel opstaan, zegt
mevrouw V. dat ze gewoon heel anders is dan

de rest van de groep, ze heeft een heel ander leven geleid en
ze is ook nog eens ouder, daarom

praat ze niet graag mee. Haar poppengezichtje met het rechte
kapsel hangt altijd links van me, er is

niets aan af te lezen. Ze eet haar koekje door hem rond te draaien
in haar hand en zachtjes te knabbelen en haar thee

drinkt ze koud. We woonden in dezelfde straat, de straat waarin
ze ooit voor dood bleef liggen,

maar wat daarvoor gebeurde, daarover praat ze niet. Ze steunt
op mijn armen tot de heer T. dat overneemt, hij

wacht haar altijd op. Ik denk aan het dansen van de cancan 
waarbij ze haar rokken over het hoofd gooit maar

of dat het anders zijn inhoudt, weet ik niet. Ik weet zelfs niet
hoe zij eruit zag toen zij daar voor mijn voeten viel.

tijdstippen die nergens aangegeven stonden

Ik wil de waarheid, zegt mevrouw V. tegen de man
naast haar en simpel stelt hij dat die er

niet is. Het gaat over de aanwezigheid van X. aan
haar tafel zoals het ging om Y. in

haar leven, P. in haar bed, C. in haar mantel en T.
in het kleine Japanse wagentje dat ze

tot voor kort nog reed. We lezen over veranderingen
in het stadsleven en ruiken de inhoud van

de houten tonnetjes waarop zij ooit zaten maar dit
ongemak is groter. Ze kijkt me aan en

zomaar ken ik het hele alfabet en alle plaatsen en alle
tijden waarop. Het is subjectief, zeg ik

tegen niemand in het bijzonder en misschien moet je
echt genoegen nemen met wat je hebt.

het zijn de vrouwen die

Naast de enorme romige schotels vol gesmolten kaas en
en aangekoekte suiker, maakte ze mij

evenveel brieven als F. deed, want altijd als hij schreef,
berichtte ik haar en gaf zij haar mening en

adviezen. Dat deed ze ook bij X., de kabouter, de fotograaf
ooit opgenomen in de huishouding van het

hof of bij R. die niet de pen hanteerde maar in de telefoon-
cel stond voor de Dam. Tevens deelden we in

slobberkous en verwassen hemd twee gymoefeningen en
drie langspeelplaten, een jurkje met uitstaande

rok, roze, een geheim en vreselijk veel honger op tijdstippen
die nergens aangegeven stonden. Morgen

herhalen we alles behalve het strekken en rekken, rispen we
de liefjes op en likken de schalen leeg.

(voor L.)

uitermate geschikt voor

Mijn dijen omhelzen je’ zal ze schrijven’ of ‘wat
een ongelooflijk toeval het was’ en de

ander zal haar lezen en de onrust weten. Zoals ze hem
vroeg waar het waken gebleven was, het

eindeloos praten in de nacht, had hij wel de radio aan
en weten zij wel hoe de televisie uit moet,

gingen ze allemaal lief slapen? Het zijn de vrouwen die
dat van elkaar weten terwijl hij blijft

liggen en een eitje gaat koken en koffie maakt, zich
vergist in de hoeveelheid melk en te lang

de hete stralen van de douche gebruikt om een restje
parfum weg te spoelen en ook haar

eindeloos toevallige en omhelzende benen die wurgend
bijna onder het uitgevouwen laken lagen.

de vragen van een medestander

Boven de gebakken kabeljauw die zwemt in een badje van
boter en fluweelzacht de aardappelpuree door

de mond laat glijden, vindt ze dat ik nu maar eens dit maal
moet beschrijven of misschien de

ober met zijn twinkelende vragen en perfecte aandacht en
niet weer het ziekmakend gemis dat zo

slecht bij onze witte wijn past en de kerstversiering die nog
flonkert vanaf de wenteltrap want natuurlijk

begrijpt ze het en herkent ze het maar ze viert het leven en
ook al is dat misschien alleen vandaag, de

wangen rood en de stem fluisterend, ik ben er nu en een
schrijnend gedicht kan ze morgen moeilijk

leuk vinden, toetje? vraagt ze en daar is de ober al met gul
versierde bordjes die maar een beetje wiebelen.

 

(voor T.)

iets voor een olifant

Er zijn nog wat domme foto’s: zij voor het huis met
een open deur achter zich, zij met hem

achter zich, zij met een kerstmuts op en hij schalks
lachend, hij met een rendiergewei met belletjes

bovenop zijn hoofd, al kan dat laatste een vertekening
zijn in mijn gedachten en span ik hem al in

voor koets en opdracht en schudt hij zijn staart bij elke
bocht. Straks komt daar nog een scheef

geschreven tekst bij die het sowieso in haar taal beter
doet en wat extra glans vermoedelijk en

misschien wel wat dennennaalden in de enveloppe of
heel kleine eikeltjes van goud die dan onder

je voeten vermalen worden tot een soort van poeder
dat je per ongeluk op zijn volgend taartje strooit.

tot de sterren en weer terug

“Poëzie is mijn leven, en mijn leven is poëzie.” Interview met Nafiss Nia.

waarschijnlijk aantrekkelijke pose

Een middag met mannen die vragen of ze je mogen kussen,
eentje die op zijn knieën gaat, eentje die

het podium in gereedheid brengt, eentje die de lampen richt,
eentje die de tango met je danst daarbij

zijn been behendig om het jouwe haakt, eentje die vanuit de
schemerige zaal knipoogt. Een middag met

vrouwen die niets vragen maar kijken naar je haar, het pasje
waarmee je van het verhoginkje springt, zelf

in het licht gaan staan, knikken bij mijn vragen, hebben ze nu
ook wel eens dat je eigenlijk niet en dan dat

samenvallen wat we daar pas doen. We praten bijna nergens
echt over maar herkennen de schaduwen van

onze lijven. Het is een man die vraagt waar of hij me nalezen
kan, het is een vrouw die de pagina’s keert.

hij kan zomaar zich vermaken

Het zijn vooral de vrouwen, daar maar waar dan ook,
die exemplarisch zijn voor het zich afgespeelde

leven, hoezeer ik me ook de mannen fantaseer, en niet
alleen in hun aanwezigheid overal elders maar

ook in hun fragmenten die geschreven lijken om te
worden gelezen en te blijven staan door

alle tijden heen. We zouden moeten tellen, zegt de een,
hoeveel mannen er zijn die een dagboek houden

of de tijden waarop zij schrijven maar het is een man
die later vraagt of we de handen omhoog willen

steken bij een bevestigend antwoord. Ook daar moeders
die het dagboek vinden, ook daar de

geheimplaats ontrafeld, ook daar het slot op de mond om
eerst pas later het ons te vertellen: die geleefde tijd.

het verschil

Als ik nog eens de kans krijg, zegt de vrouw naast me op
geheime fluistertoon, moet ik beslist de

zonsondergang in de woestijn bekijken. Ik zeg dat ik een
huismus ben en ik lach wat verontschuldigend.

Ze schuift wat ongemakkelijk heen en weer, ze is nog niet
gewend aan de beslotenheid van het tehuis, de

regels, het feit dat haar man en camper weg zijn, haar huis
verkocht is, haar kinderen, zoals ze zegt, ‘op

safe spelen’, een beetje zoals ik, denk ik. Het is nog maar
een paar maanden geleden dat ze alles bezat.

Ik dacht u laatst op straat te zien, zeg ik haar, het geheim
wordt groter: regelmatig gaat ze terug naar

haar oude straat, ze laat zich toch niet beperken, haar hoofd
is nog goed, de zon, zegt ze, in die woestijn!

En net als ik denk aan dat hoofd, haalt ze een kaart uit haar
tasje, Saoedi-Arabië en xxxxx op de achterkant.

 

(we lazen gisteren weer voor in verzorgingshuis de Kooimeer,
uit de verhalen van huismus Wil Bijlsma)

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑