Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: vrouwen (pagina 1 van 9)

een dag uitstel

Ze zegt dat ze best vaak aan mij denkt, zo in het
voorbijgaan van de klanten langs haar loket, die
ene waarvan ze precies begrijpt waarom,

nou ja en waarmee ze dan iets deelt, meer dan de
vereiste papieren en gegevens, en hoe ze dan net
iets meer achteroverleunt en hoopt

op koffie die langskomt, goed heet en met extra
suiker waarna ze op het scherm nog eens controle
houdt op het leven en de activiteiten van

en een beetje jaloers op de vrijheid is en een beetje
bezorgd ook over die situatie en hoopt op het beste,
ook voor haarzelf en dan, veel later, als

ze thuis is en de was draait en haar kind slaapt en
alleen de apparaten reageren op haar zachte toets,
verzint zij zich kunstwerken en boeken

en levens en mannen die blijven en geluk en volle
koelkasten en een beetje aardige collega en een jurk
waarin tien pond minder, lente brengt.

weet je nog hoe

Opnieuw lag ik op mijn knieën en voor hem en opnieuw
vroeg hij zich af wat ik deed en hoewel hij zich

niet zou verzetten, hoe kon hij ook, hij was verdwenen
door de zijdeur, voetstappen holden nog na,

en even warm was als altijd, zijn hand alleen niet door
mijn haren of even op de schouder als een

uitgestelde klop, zijn vingers niet hakend in mijn hals en
nergens meer de kracht dan uit zijn lendenen,

het gezicht niet langer de grimas van pijn die ik nooit zo
begreep of hoe dood aan hetzelfde gekoppeld werd,

ik, daar, zo nederig gebukt, dacht hij alleen aan hoe hij
met goed fatsoen zijn oponthoud zou

kunnen verklaren aan de eerste belanghebbende partij die
toevallig niet meer zo ver haar mond openen kon.

echt alleen voor hen

Hetzelfde boek, dezelfde lezer, andere markeringen in tijd en
plaats, andere aanduidingen, dezelfde

gretigheid, dezelfde moeite de enorme omvang in de hand te
houden, wisselen van het linker naar de

rechter. Een opdracht in potlood, twee briefjes halverwege, het
een van een kind uit de beginjaren, het gezin uit

het tweede deel, de ander een rijmpje voor de Sint, overgebleven
snoepgoed, waarschuwingen kinderlijk lachend

en niets van de man uit het eerste deel. Andere zegswijzen, een
nieuwe conclusie, een samenvatting die eerst

nog niet gegeven kon worden, een dode moeder, een overspelig
feit, een kind zo trouw, een beheersbaarheid,

ballen in de lucht, nog altijd het idee dat de act een andere is als
die van haar, nochtans dezelfde.

ondertussen schrijft zij

Het meisje tegenover mij dat zich net zo vlijt tegen de zijkant
van het raam waar witte waas het zicht ontneemt,

aan haar haren trekt en ze schikt en weer haar ogen dichtdoet,
kleine streepjes groen op de melkwitte huid,

de mond een kleine ode, de handen om de mobiel geklemd of
weer in de rode stroom over hoofd en schouders en

langs haar borst, kijkt pas op als de trein voor de vijfde keer
stopt, we allebei onze jassen dichtknopen,

gapen, lachen. Zij zegt sorry voor dat aanstekelijk grimassen,
ik zeg hoe mooi haar kleur haar is en dat ze

dat nooit moet veranderen. Ze bedankt me, wenst me een fijne
dag, ik doe hetzelfde. Alsof ook ik dan pas

opkijk en mezelf zie. We lossen op in de massa, waaieren uit,
lichten op zolang het duurt, de mist scheurt.

zeker negen

Bij het moeizaam omhoogkomen en van tafel opstaan, zegt
mevrouw V. dat ze gewoon heel anders is dan

de rest van de groep, ze heeft een heel ander leven geleid en
ze is ook nog eens ouder, daarom

praat ze niet graag mee. Haar poppengezichtje met het rechte
kapsel hangt altijd links van me, er is

niets aan af te lezen. Ze eet haar koekje door hem rond te draaien
in haar hand en zachtjes te knabbelen en haar thee

drinkt ze koud. We woonden in dezelfde straat, de straat waarin
ze ooit voor dood bleef liggen,

maar wat daarvoor gebeurde, daarover praat ze niet. Ze steunt
op mijn armen tot de heer T. dat overneemt, hij

wacht haar altijd op. Ik denk aan het dansen van de cancan 
waarbij ze haar rokken over het hoofd gooit maar

of dat het anders zijn inhoudt, weet ik niet. Ik weet zelfs niet
hoe zij eruit zag toen zij daar voor mijn voeten viel.

tijdstippen die nergens aangegeven stonden

Ik wil de waarheid, zegt mevrouw V. tegen de man
naast haar en simpel stelt hij dat die er

niet is. Het gaat over de aanwezigheid van X. aan
haar tafel zoals het ging om Y. in

haar leven, P. in haar bed, C. in haar mantel en T.
in het kleine Japanse wagentje dat ze

tot voor kort nog reed. We lezen over veranderingen
in het stadsleven en ruiken de inhoud van

de houten tonnetjes waarop zij ooit zaten maar dit
ongemak is groter. Ze kijkt me aan en

zomaar ken ik het hele alfabet en alle plaatsen en alle
tijden waarop. Het is subjectief, zeg ik

tegen niemand in het bijzonder en misschien moet je
echt genoegen nemen met wat je hebt.

het zijn de vrouwen die

Naast de enorme romige schotels vol gesmolten kaas en
en aangekoekte suiker, maakte ze mij

evenveel brieven als F. deed, want altijd als hij schreef,
berichtte ik haar en gaf zij haar mening en

adviezen. Dat deed ze ook bij X., de kabouter, de fotograaf
ooit opgenomen in de huishouding van het

hof of bij R. die niet de pen hanteerde maar in de telefoon-
cel stond voor de Dam. Tevens deelden we in

slobberkous en verwassen hemd twee gymoefeningen en
drie langspeelplaten, een jurkje met uitstaande

rok, roze, een geheim en vreselijk veel honger op tijdstippen
die nergens aangegeven stonden. Morgen

herhalen we alles behalve het strekken en rekken, rispen we
de liefjes op en likken de schalen leeg.

(voor L.)

uitermate geschikt voor

Mijn dijen omhelzen je’ zal ze schrijven’ of ‘wat
een ongelooflijk toeval het was’ en de

ander zal haar lezen en de onrust weten. Zoals ze hem
vroeg waar het waken gebleven was, het

eindeloos praten in de nacht, had hij wel de radio aan
en weten zij wel hoe de televisie uit moet,

gingen ze allemaal lief slapen? Het zijn de vrouwen die
dat van elkaar weten terwijl hij blijft

liggen en een eitje gaat koken en koffie maakt, zich
vergist in de hoeveelheid melk en te lang

de hete stralen van de douche gebruikt om een restje
parfum weg te spoelen en ook haar

eindeloos toevallige en omhelzende benen die wurgend
bijna onder het uitgevouwen laken lagen.

de vragen van een medestander

Boven de gebakken kabeljauw die zwemt in een badje van
boter en fluweelzacht de aardappelpuree door

de mond laat glijden, vindt ze dat ik nu maar eens dit maal
moet beschrijven of misschien de

ober met zijn twinkelende vragen en perfecte aandacht en
niet weer het ziekmakend gemis dat zo

slecht bij onze witte wijn past en de kerstversiering die nog
flonkert vanaf de wenteltrap want natuurlijk

begrijpt ze het en herkent ze het maar ze viert het leven en
ook al is dat misschien alleen vandaag, de

wangen rood en de stem fluisterend, ik ben er nu en een
schrijnend gedicht kan ze morgen moeilijk

leuk vinden, toetje? vraagt ze en daar is de ober al met gul
versierde bordjes die maar een beetje wiebelen.

 

(voor T.)

iets voor een olifant

Er zijn nog wat domme foto’s: zij voor het huis met
een open deur achter zich, zij met hem

achter zich, zij met een kerstmuts op en hij schalks
lachend, hij met een rendiergewei met belletjes

bovenop zijn hoofd, al kan dat laatste een vertekening
zijn in mijn gedachten en span ik hem al in

voor koets en opdracht en schudt hij zijn staart bij elke
bocht. Straks komt daar nog een scheef

geschreven tekst bij die het sowieso in haar taal beter
doet en wat extra glans vermoedelijk en

misschien wel wat dennennaalden in de enveloppe of
heel kleine eikeltjes van goud die dan onder

je voeten vermalen worden tot een soort van poeder
dat je per ongeluk op zijn volgend taartje strooit.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑