Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: schrijven (pagina 1 van 43)

het volgeladen bord

 

Het gaat alleen om het ritme, de tactiek hoe te overleven,
het bezig zijn, het maar niet stilvallen, het maar niet
verliezen van, het is alleen maar wapen tegen

duistere machten, afwezige liefjes, bittere kou, arre moede
en al die vragen hieromtrent, het omvat – ik zie me nog
met handgebaren – heel het leven, het

gaat om misverstand en uiteengereten zeer, herkennen van
een bepaalde melodie, liggen onder hem, in de verte iets
van een vogel, het schateren van

mezelf alsof ik eindelijk de grap onthouden heb, doorverteld
zonder vergissing, herhaling, overslaande stem en misschien
ook gaat het om aandacht, alleen maar om

aandacht, dat er niets vergeefs is, dat er altijd gehoord wordt,
dat er opnieuw en steeds weer vergeven wordt, opkomt,
terugkeert, verwacht wordt, toegedekt wordt zodat het

slapen kan.

een schroefje

 

Bij terugkeer naar het dorp dacht ik aan ronde cirkels en
opdrachten als levensgeschiedenis, kruipen

op klompjes of de knieën op bevroren aarde van toen en
het bijzetten van familieleden, gebeurtenissen

en ervaring, niet aan halverwege omdraaien met een hekel
aan nicht C. of mezelf, de beperkte draai op

het kruispunt of het langzame handgebaar waarmee men
begroette of ging, ik hoopte eigenlijk op

voor altijd blijven en toch stegen we, met de overblijvers
op de rug en zonder te klimmen, halverwege

de blauwe lucht, tot deze takkenbos vol krijsende vogels
die kukelend en duwend elkaar het

leven bevochten en het voedsel misgunden en hadden we
het alsnog over voltooiing en zin, tot slot, en honger.

omdat wij allen ontbreken

Hoe het zwart langzaam voorbijtrekt, uit elkaar schuift,
in flarden spookachtig scheurt, nog wat

speelt met de resterende bomen, schoorstenen, daken,
omlaag valt tussen de mensen, dingen, auto’s,

de straat bedekt, het vieze wit aan elkaar rijgt, bedekt
en dan weer vergroot, worstelt met

betekenis en herkomst en nooit helemaal verdwijnt maar
zich nestelt in het schuurtje van de buurman die

daarin het konijn bewaart en de vuurpijlen voor het grote
einde en de jurk van zijn moeder waarin

drie nog botte messen die alles zullen uitstellen, tergend
langzaam tot, en in het verfblik met het

restje weed, vroegtijdig gevonden door het roepend kind,
‘Witje, witje’, dat voor het echte feest had moeten zorgen.

hoog op de schouders elkaar dragend

Sometimes I wanted to omit the words and the
Resulting loss, my own hand over my own head
And slowly the lock of hair out of my eyes or over my
Sleep and then along warm cheeks, a cool hand

But not his, where is he hiding then
Under my bed on the dusty floor or between the
Rustling skirts in my closet or any other city
Than my own that he visited

And why was I not going along? i deliberately leave gaps
Falling between which words disappear and I, myself
Almost as well, the rope hangs loose, the scarlet cord has
Disappeared and is recovered again

Around his neck, that I love him is almost a sin
For life, just a moment and the hand falls back on
The sheets and strokes her hair smooth, the head overfull
Moreover, I always travel alone

as a tightrope dancer, vertaling van dichter Helle van Aardeberg
van mijn gedicht Als een koorddanser (uit de bundel De hand
de beweging laten maken, januari 2012)

spoken

Vaak begrijp je er niets van, zeg je, en je hebt het niet
over het leven maar over mijn teksten, nog

altijd zoek je naar jezelf maar alles lijkt wel te wijzen
op een aanwezigheid van derden en je

had niet gerekend op een dergelijke ranglijst. Soms
krijg je een heel aardig overzicht van

het bestaan als je reacties onder elkaar zet, op naam
zoekt bijvoorbeeld en dan met datum en

titel rangschikt, door de jaren heen lijkt er een handigheid
te ontstaan in het ontwijken van

begrip, uitleg, plaats van delict, schatbewaarder en boom
rechts, mij en uiteindelijk rest vooral

het beeld van ondermaatse driftige dominante figuren
die wat bijklussen in de zijlijn.

tot de sterren en weer terug

“Poëzie is mijn leven, en mijn leven is poëzie.” Interview met Nafiss Nia.

een soort tegemoetkoming

Het enige dat ik deed was over hem dromen, ik wist niet
dat hij al echt onderweg was, wilde ik

hem voorlezen als hij er was? Waarom gaan de dagen zo
snel en waarom had ik altijd een bijna

hekel aan het teveel aan woorden tussen ons, was het alsof
ik betrapt werd in mijn stoer gedrag omdat hij

wel wist dat er een klein meisje school in al die beweging
en wilde ik dat niet weten. Zo werd het liefste

dat hij zei, behalve dat van die ‘great poet’ waarmee hij me
introduceerde, dat die ander echt

van me hield, een vrijgeleide voor alles dat nog zou volgen,
alles was mogelijk, tot

de sterren en weer terug, hij dan en ik het vers zingend op
de wijs van wat vrienden uit een vorig leven.

waarschijnlijk aantrekkelijke pose

Een middag met mannen die vragen of ze je mogen kussen,
eentje die op zijn knieën gaat, eentje die

het podium in gereedheid brengt, eentje die de lampen richt,
eentje die de tango met je danst daarbij

zijn been behendig om het jouwe haakt, eentje die vanuit de
schemerige zaal knipoogt. Een middag met

vrouwen die niets vragen maar kijken naar je haar, het pasje
waarmee je van het verhoginkje springt, zelf

in het licht gaan staan, knikken bij mijn vragen, hebben ze nu
ook wel eens dat je eigenlijk niet en dan dat

samenvallen wat we daar pas doen. We praten bijna nergens
echt over maar herkennen de schaduwen van

onze lijven. Het is een man die vraagt waar of hij me nalezen
kan, het is een vrouw die de pagina’s keert.

de tijden waarop zij schrijven

Roepen wil ik dat het ook niet te begrijpen is, dat
we heel anders leven of denken, dat er niets

uit te leggen valt, dat het mijn registreren is, dat er
nu eenmaal niet over de inhoud noch over

de vorm gesproken hoeft, dat het slechts, maar deze
bezoeker houdt aan, heeft zijn vellen

over de tafel gebogen alsof hij mij dubbelgevouwen
voor zich legt en langzaam weer terug in

een schikkelijke en waarschijnlijk aantrekkelijke pose
terwijl ik van de plek rol en stuiter tegen

mijn wanden en de grond meeneem en wijs nog naar
buiten: kijk dan hoe de bomen zich

zwart aftekenen tegen de hemel, hoor dan hoe zij
kreunen, zie dan hoe de beesten schuilen.

hij kan zomaar zich vermaken

Het zijn vooral de vrouwen, daar maar waar dan ook,
die exemplarisch zijn voor het zich afgespeelde

leven, hoezeer ik me ook de mannen fantaseer, en niet
alleen in hun aanwezigheid overal elders maar

ook in hun fragmenten die geschreven lijken om te
worden gelezen en te blijven staan door

alle tijden heen. We zouden moeten tellen, zegt de een,
hoeveel mannen er zijn die een dagboek houden

of de tijden waarop zij schrijven maar het is een man
die later vraagt of we de handen omhoog willen

steken bij een bevestigend antwoord. Ook daar moeders
die het dagboek vinden, ook daar de

geheimplaats ontrafeld, ook daar het slot op de mond om
eerst pas later het ons te vertellen: die geleefde tijd.

Oudere berichten

© 2017 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑