Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: leven (pagina 1 van 48)

hij kan zomaar zich vermaken

Het zijn vooral de vrouwen, daar maar waar dan ook,
die exemplarisch zijn voor het zich afgespeelde

leven, hoezeer ik me ook de mannen fantaseer, en niet
alleen in hun aanwezigheid overal elders maar

ook in hun fragmenten die geschreven lijken om te
worden gelezen en te blijven staan door

alle tijden heen. We zouden moeten tellen, zegt de een,
hoeveel mannen er zijn die een dagboek houden

of de tijden waarop zij schrijven maar het is een man
die later vraagt of we de handen omhoog willen

steken bij een bevestigend antwoord. Ook daar moeders
die het dagboek vinden, ook daar de

geheimplaats ontrafeld, ook daar het slot op de mond om
eerst pas later het ons te vertellen: die geleefde tijd.

een dagelijkse oefening

Daar krioelden alleen de beesten onder mij. In het
donker en op natte aarde, tussen piepende hekken
en smalle stroken land waarover

eerder mijn voorouders de sporen trokken. Hier leven
de mensen die hun gesprekken, voertuigen, honden,
vrienden onderaan mijn voeten verdelen,

luidkeels snaterend niets in ere houdend dan zichzelf.
Om terug te zijn, het pad te lopen tussen deze twee
plaatsen en de doden te herkennen, de vogels

op te graven, de kerkklokken te laten luiden, drie
rondes vol omtrekkende bewegingen waarbij ik elk
van hen kan groeten, de bomen te horen

ruisen, de enkele stap echoënd in een ochtend die dan
pas ontwaakt met geuren van het bloeiend veld, de
oogst, het fruit in de schuur en haar psalm.

 

(op mijn auteurspagina op Facebook een flard presentatie uit januari dit jaar
van de bundel handelend over het dorp)

twee kamers waartussen

Er zijn dingen die ik helemaal nooit meer doe: mijn
benen openen, mijn benen sluiten, alsof ik

eindelijk zwem, jouw gewicht voelend met kleren aan
verzuip, boven kom en stil lig, voor altijd

doortrokken van een groot besef van leegte. Er zijn
dagen die ik helemaal niet meer ken:

je van me afschuddend terwijl je over mijn rug hangt
en bij elke beweging je vaster maakt, je

lach als de hand die me het oversteken leert. Er zijn
mensen die ik helemaal nooit meer zie:

jou, de ouders die voorbij de spoorlijn liggen, liefje
X., mezelf als dertienjarige, de man die

muziek maakte bij de lege polder achter zijn huis of
de zwemster die iets te enthousiast sprong.

verontschuldigend

Lang bleef ik denken dat het gewoon kon: ik zou op
het ronde raampje kloppen en wachten tot

zijn hoofd langzaam boven kwam, de deur van het
vooronder ontsloten, dan de vier dansende

stappen, de verende krullen, de grijns, de kajuitdeur
en het mij naar binnen trekken waarbij

het lijf tuimelend in touw en olie, voorraden en water
bijna, fietsen, boeken, lampen, stuur

en kapitein, opeens weer zou weten hoe het leven
werkt, terug zou grijnzen, geen woord zou

uiten dan het likken aan zijn hals, het bijten in zijn nek,
het scheuren aan zijn overhemd, het zoeken

van zijn mond, terugvallend in het ruim van een schip
dat varen kon naar het begin van de rivier.

het verschil

Als ik nog eens de kans krijg, zegt de vrouw naast me op
geheime fluistertoon, moet ik beslist de

zonsondergang in de woestijn bekijken. Ik zeg dat ik een
huismus ben en ik lach wat verontschuldigend.

Ze schuift wat ongemakkelijk heen en weer, ze is nog niet
gewend aan de beslotenheid van het tehuis, de

regels, het feit dat haar man en camper weg zijn, haar huis
verkocht is, haar kinderen, zoals ze zegt, ‘op

safe spelen’, een beetje zoals ik, denk ik. Het is nog maar
een paar maanden geleden dat ze alles bezat.

Ik dacht u laatst op straat te zien, zeg ik haar, het geheim
wordt groter: regelmatig gaat ze terug naar

haar oude straat, ze laat zich toch niet beperken, haar hoofd
is nog goed, de zon, zegt ze, in die woestijn!

En net als ik denk aan dat hoofd, haalt ze een kaart uit haar
tasje, Saoedi-Arabië en xxxxx op de achterkant.

 

(we lazen gisteren weer voor in verzorgingshuis de Kooimeer,
uit de verhalen van huismus Wil Bijlsma)

de anderen

Van heel vroeger de filmbeelden waarin wiebelende auto’s
en stuntelige mannen het hele verkeer bepaalden,

ophielden en lachwekkend waren, het een beetje gegeneerd
grijnzen om zoveel misverstand en onrecht dat

het bijna huilen werd, de straat vervolgens leeg en een lichte
verwondering waar alles gebleven was. Misschien

voel ik me zo: een lichte botsing met een tegenligger die niet
dodelijk maar raak is, uit balans brengt,

rammelende onderdelen uit haar voegen stoot en met extra
veel moeite de weg een golvend geheel maakt,

terwijl alleen maar rechtdoor rijden is wat je wilt. Bovendien
wil je geen besmuikt gelach en geen traan om

dat wat misgaat, geen publiek bij de poging de rit te hervatten
en zeker geen beeldbepalend verlies.

in de aanwezigheid van

Soms wordt de balans verstoord door iets van
buitenaf, een vogel die met vaart tegen

het raam vliegt, een buurman die schreeuwt om
wraak, een liefje dat onverwacht

ergens opduikt; vaak ook is het iets in mezelf:
dat naar beneden vallen van het beest,

de peilloze diepte, de stem die verdwijnt nadat
de kreet gesmoord tuimelt en dan nog het

lijf erachteraan. In de vroege ochtend rekenen
we op meer, herstel en het openbreken van

de lucht zodat we kunnen zien waar we zijn en
waar hij ligt, dan lopen we voorbij,

verwaaide takken een kruisje, de kat een maaltijd,
liefde van tijdelijke aard.

niets kan ik duidelijker maken dan dat

Ze sperren hun mond open en slingeren inhoudsloze zich
herhalende teksten waartussen slokken zuiver

water in zichzelf en spugen aanmoedigende kreten in de
populaire taal waarbij ze van links naar rechts het

podium denken te vergroten en ook hun aanwezigheid als
ultiem recht en vanzelfsprekendheid, zij

de toekomst, zij het succes, zij het weten terwijl het mij
een voorrecht is daar te zijn, van de ene

voet op de andere balancerend, zachter de stem, betekenis
in de aanwezigheid van donkere schaduw en

licht verlangend naar andere tijden die mij tot daar brachten,
dieper de drang tot het scheppen van

dat thuis dat op onze rug gebonden uitnodigend de ander
verstaat en de doden draagt die zij nog niet kennen.

ter linkerzij

Mevrouw X. houdt van vaste gewoonten, ze zit opnieuw
vlak naast mij en ze is als eerste zodat

haar rollator zijn vaste plek heeft en ze al een tweede kopje
thee heeft alvorens de anderen binnenrollen.

Vandaag zijn ze allemaal te laat, het begon toch pas tegen
drie en mevrouw P. kijkt hoogrood en stralend

mij aan en vraagt of ik weet wat ze nog even deden, ze
leunt tegen haar vriend die altijd met zijn bril

scheef en zijn hoofd scheef reuze onhandig lijkt maar het
misschien niet is, de heren Z. en W. zijn

boos en herhalen elkaar de dood en ziekte van hun vrouw
terwijl de een nog leeft en de ander tegenover

hun zit, hoe was mijn naam ook weer en wat kwam ik doen
maar zodra ik lees horen ze me, ach ja, vroeger!

Mijn vader verzon wel eens een passage, zegt mevrouw W.
en ik sloeg soms wat over, ik ook, zeg ik.

bedrieglijk de stilte

In de gedeelde wereld lijkt het nog een leuk bericht,
iedereen reageert enthousiast, wenst hem

veel plezier, vraagt geen details maar neemt aan dat
alles is volgens wens en plan en wat

zij doet, nou ja, behalve eenzaam zijn, gaat niemand
iets aan. Hoe kleiner het scherm, hoe groter

het verhaal, hij wilde niet echt maar kon niet weigeren,
zij moppert en dreigt, misschien is ze wel

voorgoed vertrokken als hij terugkomt, zouden we niet
maar we zullen niets, veel plezier zeg ik ook

en alles is toch naar jouw idee, nee, zegt hij en dan is
alleen het aantal kilometers verhoogd tot een

onneembaar aantal, hij ligt gewoon ter linkerzij, ik kan
hem voelen als ik mijn best doe, ik doe altijd mijn best.

Oudere berichten

© 2017 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑