Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: kunst (pagina 1 van 13)

en zingt zelfs

Het zou zomaar genoeg kunnen zijn, zegt hij, en ik zeg
te snel dat ik het begrijp, nu moet hij het

uitleggen en mij vragen of het intuïtie is, dat van mij en
of het wel bij hem past dat besluit maar

ik denk alleen aan mezelf, ik ben terug op een plek die
ik lang geleden verliet en men heeft mij

opengedaan, naar binnengetrokken, gekust en voorzien
van kopjes thee met koekjes terwijl de

glazen wijn al op kamertemperatuur stonden en de kaas
al in plakjes bij het brood lag, gevoel, zeg ik,

en dat het helemaal niet erg is. Er is een balans tussen nu
en toen, hij kijkt me doordringend aan, ik

zal je er niet bij betrekken, belooft hij en dat het niet is
uit bitterheid of strijd. Hij lacht volop.

 

(voor A.)

een bal rolt tot ongrijpbaar

(foto en bewerking Theo Kemperman)

 

 

Wat was is.. Op Vimeo (Wouter van der Hoeven) de links naar compromisloze rechtenvrije producties die ontstonden vanuit dit hol, ontmoetingsplek voor dichters, kunstenaars, muzikanten en haar liefhebbers!

 

dat wenkt en zuigt en zingt

Iets van die paniek dringt tot onder de deurspleet door.
Godverdomme, schreeuwt de buurman en de

wind die kouder wordt, slaat de laatste kerstballen stuk.
Bijna al hangt zijn lijf aan de laatste traptree,

de nacht donkerder dan ooit. Van repen stof heb ik kussens
gemaakt die ik voor de deur leg. Zoiets

doe ik met woorden ook. Het ene gat vul ik met het andere,
ik neem iets terug van toen en gebruik iets

ouds voor nu, de vorm is plooibaar, zacht en uitermate
geschikt voor het liggen op

de stoffige vloeren. Het is een kwestie van dossiervorming,
zegt de politie over de onverlaat. Dat

beweer ik ook over mezelf, het leven, de toekomst, de tocht,
de ballen, de vloek, het zijn.

nog lang en gelukkig

Soms is het alleen zijn niet voldoende. De geluiden in het
hoofd gonzen als het verkeer beneden, stemmen

in het trappenhuis, vliegtuigen in de lucht, vogels die krassend
van de dakgoot rollen, piepjes die het schermpje

rechts naast me doen oplichten, een deurbel die een nieuwe
toon produceert en me schrikken laat, in

de verte nog het murmelend kind en zelfs de tikkende poten
van een kat zoals de vragen van een medestander,

de aandacht van een vriend, de nieuwe aflevering van een
serie, de kranten van twee weken terug, het

nooit afgesloten verlies van langer geleden, de ogen van mijn
mamma en het hard dichtklappen van een deur

ergens, toen, opnieuw en zijn warm, los vel dat bruin in het
omwoelde bed lag met daar bovenop zijn handen.

de maan naast de sterren

De heer B. draagt niet langer mijn naam in inkt op zijn hand,
hij roept haar bij binnenkomst, draait in pirouette

met zijn rollator om mij heen, zegt dat we elkaar hier allemaal
tutoyeren en hoe hij van vrouwen houdt, hij

noemt ze die middag allemaal even zoals we daar om hem heen
zitten en horen hoe andermaal iedereen nog

lang en gelukkig leeft of prins wordt dankzij een betovering of
door dappere strijd ijs- en vuurstorm doorklieft en

kasteel, schatten en haar wint, hij zou het voordoen als het nog
kon maar hij heeft ook overal pijn, zegt hij, als we

daarna alleen nog even praten, je zou het niet zeggen, ik weet
het, en daarna komen we alsnog om in oorlog en

kindergeschrei, door op hol geslagen paarden, foute beslissingen
en jarenlange eenzaamheid of mevrouw K.

 

(in de voorleesgroep  gisteren een Keltisch anoniem sprookje
over een zwart paard)

buiten bereik van de Kerstman

Zoals de lucht rood kleurt en verdwijnt in strepen voor
mij, zo tikt hij tegen zijn rood schilderij waaronder

het kruisje van fluweel, een sobere Kerst tenslotte, en
zegt dat het moest, het zat in zijn hoofd en

het was misschien een zware tekst maar hij hield van me
en dus ging hij in mijn werkkamer zitten met

uitzicht op dezelfde lucht en leende mijn pen en scheurde
de kleur groen van het blokje en legde haar

daarna over de tafel zodat ik haar zou vinden en later in
mijn agenda kon plakken en haar zou herlezen,

de bij voorbaat gekende tekst en vrede daaromheen omdat
het om genade ging en het daar de tijd voor

is, dat misschien, en omdat hij dezelfde aantekening maakt
voor zichzelf en haar zingt op de fiets terug naar huis

onder die lucht en langzaam oplossend terwijl het rood nog
nagloeit en zich mengt met al de verf uit zijn penselen.

(voor schilder D.)

er was iets met de kleur roze

Dit keer gaat het niet over ontbrekend rijm of missend
begrip, dit keer hoef ik niets uit te leggen of

te verantwoorden, maar ook nu spreekt hij me tegen. Hij
benadrukt de kracht van het woord terwijl ik

wil ontkennen, ik ben te snel, zeg ik en te makkelijk en
misschien bedoel ik wel iets heel anders.

Eigenlijk wil ik er vanaf: van dat woord en die betekenis
omdat de gevolgen me niet aanstaan en zeker

niet dat dubbelvouwen opnieuw op mijn tafel terwijl ik
de randen dan nog vasthoud, dat likken aan

mijn inkt, dat peuteren aan mijn ezelsoren, dat tussen
mijn regels door, maar opeens kent hij me

lang genoeg om te weten dat mijn hand zich vanzelf weer
bekommert om die inhoud van mij.

een schroefje

 

Bij terugkeer naar het dorp dacht ik aan ronde cirkels en
opdrachten als levensgeschiedenis, kruipen

op klompjes of de knieën op bevroren aarde van toen en
het bijzetten van familieleden, gebeurtenissen

en ervaring, niet aan halverwege omdraaien met een hekel
aan nicht C. of mezelf, de beperkte draai op

het kruispunt of het langzame handgebaar waarmee men
begroette of ging, ik hoopte eigenlijk op

voor altijd blijven en toch stegen we, met de overblijvers
op de rug en zonder te klimmen, halverwege

de blauwe lucht, tot deze takkenbos vol krijsende vogels
die kukelend en duwend elkaar het

leven bevochten en het voedsel misgunden en hadden we
het alsnog over voltooiing en zin, tot slot, en honger.

een handigheid

Dat je bijna nog verwacht dat hij een grap met je uithaalt,
het deksel van de kist omhoog zal duwen en

zingend uit zal stappen, de verf op het hout nog nat en
stippen die strepen worden, ‘dots’ die dansend

van knop naar handvat lopen met eenzelfde enthousiasme
als waarmee hij leefde en al ons mensen

in en door elkaar liet lopen, kussend, handen strelend, tot
verzoening en vrede en creatie bereid, steeds

maar weer het hoofd in de wolken en hoog op de schouders
elkaar dragend tot daar waar bloemen in het

felste geel tegen een immens groen grasveld afsteken. Hij
zou de eerste zijn die ging plukken. Dat je wist

dat hij glimlachend naar je keek terwijl je op je handen
ging staan en je hoofd verloor of ook je hart.

 

een soort tegemoetkoming

Het enige dat ik deed was over hem dromen, ik wist niet
dat hij al echt onderweg was, wilde ik

hem voorlezen als hij er was? Waarom gaan de dagen zo
snel en waarom had ik altijd een bijna

hekel aan het teveel aan woorden tussen ons, was het alsof
ik betrapt werd in mijn stoer gedrag omdat hij

wel wist dat er een klein meisje school in al die beweging
en wilde ik dat niet weten. Zo werd het liefste

dat hij zei, behalve dat van die ‘great poet’ waarmee hij me
introduceerde, dat die ander echt

van me hield, een vrijgeleide voor alles dat nog zou volgen,
alles was mogelijk, tot

de sterren en weer terug, hij dan en ik het vers zingend op
de wijs van wat vrienden uit een vorig leven.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑