Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: kunst (pagina 1 van 15)

een andere invalshoek

Op het blote buikje van mijn kleinzoon zitten spetters
aardbei die onder een gulzige lach de zomer

prijsgeven, op mijn lijf zijn er witte vegen verf die op
onverklaarbare wijze altijd door de kleding

heen dringen als teken van nonchalance en eenzelfde
gretigheid. Ook rol ik nog even over het

laatste stukje vrije vloer, tussen het plastic met plasjes
wit, zoals hij nog even de stukjes fruit

over zijn velletje wrijft, beiden lachen we. Ik moet aan
mijn vader denken die in plaats van het onkruid

de bloemen schoffelde, het overdrijven dat elke schrijver
doet en het verwijt dat we niet serieus genoeg

zouden zijn. We hangen juist te veel aan het leven, als
een kind verwonderd over elk effect.

een hechte verbintenis

Er zijn twee onderwerpen, meent hij, waarover ik
bij uitstek kan schrijven in plaats van

langdurig en bij herhaling ze te benoemen in een
gesprek en het zijn toevallig die thema’s

die hij liever vermijdt, of nee, hij gaat ze niet uit
de weg, ze bestaan heus, maar hij maakt er

iets anders van, eigenlijk hetzelfde als ik maar dan
niet met woorden. Als ik nu hier kijk naar

het beeldmateriaal, en hij daar blijft in mijn poëzie,
dan is dat een nieuwe gesprekskeuze, een

andere invalshoek, jaja. Ik vat het een beetje grimmig
samen, veel binnenrijm maar verder een

uitgezakt broddelwerkje, nou ja, zwijgt hij, je moet
natuurlijk wel je best doen hè

een kind liet een fietsje liggen

Er zijn auto’s in het weiland, snelle bestuurders die met
raampjes open langs het riet stuiven, als

eerste bij het duin willen zijn, het appelgebak met slagroom,
de winderige attractie: de zee terwijl deze

fietser voortdurend afstapt, de verten neemt, de paarden
dichterbij haalt, gretiger dan anders.

Op de verzamelplek van kunst en schetterende mensen in
op elkaar afgestemde kleuren, grijs veelal,

neemt zij de tegengestelde route en het weerkaatste licht.
een bezoeker zet zijn zonnebril op om haar

te herkennen, de mooiste beelden komen echter van buiten:
de bomen wachten, er zijn rode wangen, losse

jasjes, blote benen en vermoedelijk reeds druppende ijsjes
in jengelende handen, kleverige neusjes.

rozen uit de kopieermachine

Er zijn van die dagen dat je uit je ritme geslagen wordt,
een nachtmerrie overdag, een bonkend geraas dat

over je trekt voordat je kunt bukken, glas uit een dicht
gelaten deur. Eerst doe je alsof er niets

gebeurd is, steken tellend in een onmogelijk patroon, je
handen om een brandweerauto die

erop uit trekt voordat de sirenes loeien, je kleinzoon aan
het scherm dat ‘meisje, meisje’ zegt omdat

er een pop was waarmee hij speelde, een kunstwerk dat
je vanaf zolder heel langzaam laat zakken op

de keukenvloer alvorens je zelf naar beneden komt. Dan
ben je pas in de late avond waar je in de ochtend

had zullen zijn. Je luistert zijn stem, deelt het ongemak,
hij lacht en zal zijn leven beteren, jij ook.

werkend op de akker

Overbodigheden bij die beelden haalt hij weg, rafels
zijn het, afleiding en onzin. Uren schuift hij

zijn vingers langs vissen in het water, zilverachtige
sporen, bloemen in een perkje, een fietser

dwars door de stilte, hij zet de camera opnieuw op
zijn onderwerp scherp. Het lint van

het leven, de ronde om de kerk, haar marmeren dijen.
In een klein doosje verzamelt hij de feiten

vervolgens, als ik nu maar dat doosje zorgvuldig bewaar,
toch zijn zomaar al die gekozen fragmenten

net zo teveel als al die woorden die ik in een papieren
pakje stop. Er zou geluid bij moeten

zitten, hartverscheurend, krijsend, of een jurkje dat mij
helemaal bedekt en een haan op de toren.

hazen zoek

De dichter heeft niet het podium nodig, niet het licht waarin
hij staat, niet het klappen van de handen tegenover,

niet de aankondiging waarmee hij grappend struikelt of de
korte buiging waarmee hij eindigt, de dichter

heeft de luisteraar nodig die aan dezelfde tafel zich verder
naar voren strekt en met zijn handen bijna

de kunstenaar voelt, de adem over zijn gezicht, het zweet
uit diens poriën en in eenzelfde beweging

zijn benen over elkaar slaat of balanceert op een voet om
zich dan weer met een ruk om te draaien naar

een bezoeker achter een paal, lamp, barkruk of familielid,
lachend of bijna huilend, ingehouden van herkenning,

pijn, verwondering, en dan hem aankijkend wacht op het
moment dat zijn tekst uit de ogen van de ander spreekt.

 

(bij Reuring breken we tegenwoordig het podium af alvorens
te beginnen; het gaat elke keer weer om de ontmoeting)

een omcirkelde A

Terwijl we stoeien met het dak van een Mini en botsen met
de camper achter het autootje van een beer die

we tot gisteren niet kenden terwijl we liften aan de kant van
de weg, parasol boven ons hoofd en ballonnen

die de route alvast zwevend nemen, hopen op een joviale
chauffeur maar vooral proviand onderweg, blijft

een zacht gekrijs in de oren klinken, een verontwaardigd en
bitter huilen dat, als we niet opstaan, een

stampvoetende cadans zal worden. Er zijn twee mannen met
elkaar in gesprek en ze buigen zich over

mijn etenstafel, drukken hun armen tegen elkaar, vegen de
kopjes en glazen van het beduimeld blad, grijnzen

vervaarlijk vanaf bladzijde 7 en hoofdstuk 3 mij aan, bukken
zich en rapen de scherven waaraan de suiker nog kleeft.

 

(we zijn teruggegaan naar boek 4 uit 2010 teneinde het manuscript
te voltooien)

voor donker thuis

Bij het reizen door de tijd nam hij niemand mee, toch
waren alle ontmoetingen herhalingen en

uitgestelde verlangens en iedereen had als passagier in
zekere zin graag geboekt maar het kaartje was

kwijt, de kleding niet de juiste en de houding niet die
van een enthousiast kind. Zij was nooit

weggeweest nog. Hij herinnert zich een route en hand
in hand oversteken, hij had er

beelden van maar daarop is ook te zien hoe een klein en
wit konijntje plotseling vanachter hem opzij

hupt en zij opeens op knieën door het gras en fluisterend
door een geheime ingang verdween. Ze

kwam nergens aan maar als je die seconde stilzette, zat ze
met het beest op schoot en aaide het.

zoals ik me iemand verzin

Dichtdruk van Grafisch Atelier Alkmaar

Vanaf april 2017 ben ik betrokken bij dit project. In een Reuring Speciaal van 10 maart jl. gingen we van start. Er ontstonden de volgende koppels dichters/kunstenaars: Joris Miedema/Piet Lont, Elly de Waard/Nikkie Wester, Elly Stolwijk/Jules Kockelkoren, Inge Bak/Nicola Kloosterman, Martin Wijtgaard/Charlotte Samuels, Elbert Gonggrijp/Gerben Hermanus, Demi Baltus/Mirjam Oosterbaan en Alja Spaan/Niels Zwirs.  Deze laatste combinatie hebben we al eerder gemaakt (2008);  het werk van Niels hing regelmatig in Atelier9en40 en siert een van mijn wanden.

De eerste publicatie willen we graag laten samen vallen met de manifestatie van het Grafisch Atelier Alkmaar in de Grote Kerk, van 22 juni tot 22 juli 2018.

duidelijker dan in de beelden

Sommige dingen moeten uit het systeem: hinderlijke flarden
van een gesprek dat nooit afloopt, een te

lange en overvolle trein, boterhammen die uit elkaar gevallen
op de bodem van je tas liggen. Andere

zaken blijven voor altijd opgeslagen: die open krullende hand
die om een centje bedelt terwijl ik alleen maar

een vinger heb om erin te stoppen, de grijns bij elke ontmoeting,
mijn handschrift hoewel steeds onleesbaarder en

snotterige kusjes van een overzees kind dat de afstand tot het
zesde oog nog niet kan inschatten en tjonk, tegen

mij aanbotst. Nergens wordt er gehuild, niet meer. Het hart
bloedt nog, de wond klopt nog, het bonzen naar

binnen gekeerd, zwaai nog even. Onderaan een brief staat een
weerzien en elke inhoud is immers discutabel.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑