Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: kunst (pagina 1 van 12)

hij kan zomaar zich vermaken

Het zijn vooral de vrouwen, daar maar waar dan ook,
die exemplarisch zijn voor het zich afgespeelde

leven, hoezeer ik me ook de mannen fantaseer, en niet
alleen in hun aanwezigheid overal elders maar

ook in hun fragmenten die geschreven lijken om te
worden gelezen en te blijven staan door

alle tijden heen. We zouden moeten tellen, zegt de een,
hoeveel mannen er zijn die een dagboek houden

of de tijden waarop zij schrijven maar het is een man
die later vraagt of we de handen omhoog willen

steken bij een bevestigend antwoord. Ook daar moeders
die het dagboek vinden, ook daar de

geheimplaats ontrafeld, ook daar het slot op de mond om
eerst pas later het ons te vertellen: die geleefde tijd.

het verschil

Als ik nog eens de kans krijg, zegt de vrouw naast me op
geheime fluistertoon, moet ik beslist de

zonsondergang in de woestijn bekijken. Ik zeg dat ik een
huismus ben en ik lach wat verontschuldigend.

Ze schuift wat ongemakkelijk heen en weer, ze is nog niet
gewend aan de beslotenheid van het tehuis, de

regels, het feit dat haar man en camper weg zijn, haar huis
verkocht is, haar kinderen, zoals ze zegt, ‘op

safe spelen’, een beetje zoals ik, denk ik. Het is nog maar
een paar maanden geleden dat ze alles bezat.

Ik dacht u laatst op straat te zien, zeg ik haar, het geheim
wordt groter: regelmatig gaat ze terug naar

haar oude straat, ze laat zich toch niet beperken, haar hoofd
is nog goed, de zon, zegt ze, in die woestijn!

En net als ik denk aan dat hoofd, haalt ze een kaart uit haar
tasje, Saoedi-Arabië en xxxxx op de achterkant.

 

(we lazen gisteren weer voor in verzorgingshuis de Kooimeer,
uit de verhalen van huismus Wil Bijlsma)

niets kan ik duidelijker maken dan dat

Ze sperren hun mond open en slingeren inhoudsloze zich
herhalende teksten waartussen slokken zuiver

water in zichzelf en spugen aanmoedigende kreten in de
populaire taal waarbij ze van links naar rechts het

podium denken te vergroten en ook hun aanwezigheid als
ultiem recht en vanzelfsprekendheid, zij

de toekomst, zij het succes, zij het weten terwijl het mij
een voorrecht is daar te zijn, van de ene

voet op de andere balancerend, zachter de stem, betekenis
in de aanwezigheid van donkere schaduw en

licht verlangend naar andere tijden die mij tot daar brachten,
dieper de drang tot het scheppen van

dat thuis dat op onze rug gebonden uitnodigend de ander
verstaat en de doden draagt die zij nog niet kennen.

je fantasie

De zang juf van de lange richt rechtstreeks het woord
tot mij in de opnamen, ze kent me nu bij naam,

zelf wil hij zijn sessies niet terugluisteren, ik bedenk
me hoe ze eruitziet omdat ik geniet van haar

vrolijkheid, haar complimenten aan mijn kind. Soms
blijft iemand onbekend, een stem die

een heel personage schept en bijna een familielid van
je wordt terwijl je niet weet wie ze is. Dat

heb je met echte familie ook. Maar wat zingt hij dan,
vragen ze, zoals ze er van uitgaan dat ik niets

doe, nou ja, dat schrijven deed je vader ook en hij had
inderdaad geen broodtrommeltje achterop

zijn fiets zoals de rest en ook floot hij niet en wat zat
er eigenlijk in die schatkist in de schuur?

Lang verzonnen wij met hen een onbezorgde toekomst
en deuntjes die je nooit vergat.

sterren in de richting van het Noorden

Zal ik over een vijfentwintig jaar ook haar toefluisteren
dat ik een aantal bundels heb gemaakt, dat

jonge ding dat midden in de kring mij voorleest totdat
haar wangen net zo rood zijn als de mijne?

Weten hoeveel exemplaren er verkocht zijn en hoe ik
te werk ging en waar de voorbeelden

nog liggen en hoe mijn moeder dat vond en hoe ik over
de inhoud ruziede met mijn mannen? Trekt

iemand dan aan mijn mouwen en dwingt me tot zitten
omdat ik anders voorover tuimel en me

lelijk bezeer en bungelen er dan plastic bloemetjes aan
mijn rollator die mijn nieuwe verkering

mij geplukt heeft? Mijn lief die niet lezen kan meer maar
Baudelaire citeerde in een eerdere gang?

op onverklaarbare wijze

Dat we er nog zijn, misschien vieren we dat. De glazen
opgepoetst, het bestek gewreven, de

zomer buiten, de beesten dood. Met hakken zo hoog als
mijn mamma had, het bandje over

de hiel, het vestje teer en met paarlen als knoopjes, het
haar ineengerold en weggestoken, een

zachte blos van bloemenzee en wijn en zon die ondergaat.
Dat we over de toekomst praten terwijl we

alleen het verleden delen, zachte oefeningen in een donker
hol, en zij zoveel duidelijker het plan ontvouwt:

waar ik de wereld op afstand hou en meewarig haar einde
noteer, scherpt zij haar zwaarden en

trekt ten strijde. Mijn zonen zal ze sparen zoals ze hun
moeder bewaart, voor een volgende keer.

de oude schrijver

De kleine gebruikt heel andere technieken voor hetzelfde:
ook hij vertraagt de tijd of kadert haar in

blokken die dan onderling weer met elkaar spelen, hij laat
zijn hoofdpersonage ten gunste van de

anderen versneld handelen en bewegen zodat alsnog een
goede afloop gegarandeerd wordt en hij

bevriest de medestanders, de monsters, het onheil, zelfs
de regen en hij legt het me omstandig uit terwijl

de voorbeelden uit de literatuur, film en ons leven op tafel
liggen. Ik wil eigenlijk zeggen dat ik iemand

ken die het allemaal uit zichzelf doet en zonder het zich
bewust te zijn maar dan heeft hij me al op

mijn schouders geklopt en me gerustgesteld dat ik heus niet
alles vandaag nog hoef te begrijpen.

 

(The latest demo we worked on, Timestall! Was really cool to work on the latest hardware!)

 

het mist misschien de aanmoediging

Ze had misschien hetzelfde doel gehad eens, dezelfde
ijver, dezelfde blos op haar wangen, ze

was misschien ook wel elke ochtend begonnen met deze
oefening terwijl haar vriendinnen haar

uitlachten om het vermeende nut, haar wens, haar beeld
van de toekomst en zelfs nu

leek ze een beetje op degene die ik zo goed ken: het lijf
op plaatsen te groot en zacht en veel te

warm, haar jurk een beetje scheef en trekkend en de ogen
argwanend klein terwijl het lachje daaronder

steeds groter werd. Ze keek alleen naar mij. Naast haar
de man die haar gebracht had, duwend en

licht spottend vanwege deze nieuwe activiteit. Ze hadden
sinds gisteren verkering, zei hij, en knipoogde.

langs haar kwetsbare zijde

De dromen verdwenen is er nu alleen nog het waken.
Ik ben dat geworden wat ik een ander

verweet: ik hussel in de tijd, haal gebeurtenis en feit
met herinnering en fictie door elkaar,

dwaal door een vrijplaats die voor mij niets lieflijks
heeft en dat terwijl de regenplassen opdrogen,

de groet loom en herkennend, de dichter mij op de
mond kust en de ander mij haar zilveren

bloesje toevertrouwt en niets is erg of toevallig, ik
moet alleen de magic proeven alvorens

haar te zien. Ik leg de beelden vast, ook daarin ben
ik geschoold en ik schuil in de kerk, ook

dat was de bedoeling, alleen weiger ik, net als toen,
hardnekkig wat dan ook te geloven terwijl

de wond aan mijn zijde steekt en openbarst op dat
moment dat hij haar zacht bevoelt.

 


 

een medepassagier

Met hem deel ik de dode muzikanten, de levenden ook,
kende ik die en wat volgt is een tour langs

mijn eigen steden, had ik dat en ik ben terug in de zalen,
bij de mannen, de baantjes, het verzamelen

en keurig op alfabetische volgorde typen van de namen
waarbij in sommige gevallen een witte brede

spatie genoeg was voor nog meer stipnoteringen. Zegt
hij iets over een spel, het jaartal volgt direct,

een week spijbelen om de regels te doorgronden, mijn
bezorgdheid voor hun ziekzijn, we koppelen

terstond de feest-cd die nooit haperde aan de juf, noemt hij
die dan dans ik alvast op de ander, sla ik

hoog tegen zijn reeds opgestoken hand en vertel ik hem
hoe blond deze was, het hart gebroken.

Oudere berichten

© 2017 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑