Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: kinderen (pagina 1 van 31)

luidkeels snaterend

Hij kan zomaar zich vermaken door kruipend naar
de serre zich af te zonderen van alle

kindjes en naar buiten te kijken of er auto’s zijn. De
andere favoriet het keukentje waarin

hij kastjes open en dicht kan doen, bakjes, pannetjes
en laadjes schuift en stapelt. Maar die

auto’s! Hij sleept het enorme boek vol voertuigen naar
de tafelrand waaraan hij zich ophijst om mij

te groeten maar dat gaat natuurlijk nog niet tegelijk,
o dear, zegt hij, als het valt, met zo’n

zuchtje dat verraadt dat hij eigenlijk meteen weg wil
scheuren in de Citroën die ik voor

hem langzaam door het beeld beweeg, stralend wijst
hij en roept ‘auto, auto, auto, die’ alsof

mijn vader en mijn broers en ikzelf weer jong zijn en
instappen zodra er getoeterd wordt.

waar alles gebleven was

Er zou een taart zijn waarin Barbie haar puntige voetjes
in de slagroom stak en nauwelijks bleef

staan, veertig bananenbootjes behoedzaam over straat
gedragen met bungelende

masten van chocola, een feesthoed met slingers van papier
naast haar grote blonde

staarten, vriendjes die gillend op witte t-shirts en plakken
deeg het verschil mochten maken, een

worstje rechtop, hele ananasschijven als zon, er zou een
pappa zijn nog die glunderend

kleurplaten printte met daarop dinosaurussen die leefden,
een mamma die alle vaders en moeders op

de koffie vroeg en later zou zij zeggen dat haar opvoeding
de meest geslaagde was, vergeleken met de rest.

(mijn meisje zomaar 31 vandaag)

echte familie

De storm zo hevig, alle geluiden die van omvallen,
lage stappen om de hoek van mijn bestaan,

plotselinge vlagen van ongekende kracht, trekkend
en tegenhoudend, het water onder de brug

roept, dan weer bedrieglijk de stilte, sussende zuchten
wind, zon tussen in de war geschopte

hoofden, haren in een knoop achterop, een kind heel
dicht tegen je zij, hoeveel daarachter nog,

regen op je voeten, dan weer terugduwend en botsend
en naar adem happend, de woorden niet

kunnen verstaan tot de klingelende deur, damp op het
raam, jassen over stoelen, wijdbeense

gesprekken, op een rijtje de helden, tussen de vingers
de warme dranken, hij lachend roepend ‘watje’.

je fantasie

De zang juf van de lange richt rechtstreeks het woord
tot mij in de opnamen, ze kent me nu bij naam,

zelf wil hij zijn sessies niet terugluisteren, ik bedenk
me hoe ze eruitziet omdat ik geniet van haar

vrolijkheid, haar complimenten aan mijn kind. Soms
blijft iemand onbekend, een stem die

een heel personage schept en bijna een familielid van
je wordt terwijl je niet weet wie ze is. Dat

heb je met echte familie ook. Maar wat zingt hij dan,
vragen ze, zoals ze er van uitgaan dat ik niets

doe, nou ja, dat schrijven deed je vader ook en hij had
inderdaad geen broodtrommeltje achterop

zijn fiets zoals de rest en ook floot hij niet en wat zat
er eigenlijk in die schatkist in de schuur?

Lang verzonnen wij met hen een onbezorgde toekomst
en deuntjes die je nooit vergat.

het getrommel op haar lijf

Er zouden tien mensen op tien verschillende wijzen
omgebracht worden en omdat ik de tiende

was, zag ik de negen andere manieren zonder te weten
hoe mijn einde zou zijn. Gebruik je fantasie

ergens anders voor, zou hij zeggen, maar ik riep om
mijn moeder, ik riep hartverscheurend om

mijn moeder. Ik vluchtte en kwam terecht in de stad
waar mijn kinderen ooit woonden, klauterde

tussen de spijlen van een groen hek, kwam op een veld
met wit uitgeslagen patronen, stal een fiets en

probeerde het station te vinden, sliep later in een bed
waarin ik verstikt raakte in de lakens. Ik

kwam niet thuis. Wakker deed ik de balkondeur open
en verzon hoe ik zweefde naar omlaag.

plastic bloemetjes

Hoog in hun armen bekijkt hij de brede rivier die om
de stad heen loopt, het reuzenrad waarin zijn

pappa zijn mamma vroeg, het kinderkunstkleed in het
modernste museum waarover hij giechelend

naast zijn gekke vader kruipt, het puntje pizza dat hij
in zijn open mondje schuift, mamma zegt

Cheers, ik zie haar de letters vormen, hij heeft daarvoor
nog dag gezwaaid, rechtop in het scherm

voor mij, de sokken alweer half uit en lachend als ik
mijn blote voet via de werktafel in zijn

neusje duw, alle drie zo aanwezig en duidelijk en ik
als hem klauterend over de attributen,

hen, ons verleden, de herinnering aan moed en leven
en murmelende kooswoordjes als zijn ‘oma!’

de warme kuil

Hier liep zij met dansend haar uit mijn zicht en
stond ik stil en huilde drie, vier tranen,

ze keek niet nogmaals om, ik riep niet nogmaals
na. Het waren haar straten die ik

gisteren liep, langs haar woningen waar nog meer
teksten op de muren waren verschenen

alsof ik zonder woorden haar vergeten zou zijn.
Voor het oude huis een graafmachine,

een schuifelende rij langs ijzer en pion, regen langs
de kerk, mopperende figuren. Ze zou

voor de spiegel staan en een bloesje proberen dat
keurig in haar rok verdween, de

hakken afgesleten maar vastberaden op weg naar
een volgend resultaat, de toekomst.

het vacuüm

Katachtige bewegingen in mijn rechterooghoek, wind die
aanzwelt en de vlek nog zwarter maakt, de

stem alsof hij me gisteren wekte nog, straks ploft hij met
een vanzelfsprekendheid bovenop mijn

slapend lijf. Ik blijf wakker, sluit mijn deuren, spreek alleen
met het blozend kind overzee dat ‘auto’

zegt en het voertuig me aanwijst, onder zijn voeten het
uitgevouwen boek, hij reikt me zijn

armen, meer kan ik niet dragen. Zijn moeder krult op de
grond in een wintertrui, haar lange vingers om

een warme mok. Ik heb het haar niet verteld. Het licht uit
het scherm vervaagt al het andere. Later

is ze in miniformaat nog even terug in verkleedkleren en
danst, de wereld weer ontsloten en hanteerbaar.

de oude schrijver

De kleine gebruikt heel andere technieken voor hetzelfde:
ook hij vertraagt de tijd of kadert haar in

blokken die dan onderling weer met elkaar spelen, hij laat
zijn hoofdpersonage ten gunste van de

anderen versneld handelen en bewegen zodat alsnog een
goede afloop gegarandeerd wordt en hij

bevriest de medestanders, de monsters, het onheil, zelfs
de regen en hij legt het me omstandig uit terwijl

de voorbeelden uit de literatuur, film en ons leven op tafel
liggen. Ik wil eigenlijk zeggen dat ik iemand

ken die het allemaal uit zichzelf doet en zonder het zich
bewust te zijn maar dan heeft hij me al op

mijn schouders geklopt en me gerustgesteld dat ik heus niet
alles vandaag nog hoef te begrijpen.

 

(The latest demo we worked on, Timestall! Was really cool to work on the latest hardware!)

 

deze oefening

(David kreeg de grote voeten van zijn opa en een deel van zijn nonchalance en verstrooidheid; 12 oktober 1989)

Oudere berichten

© 2017 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑