Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: Geen categorie (pagina 1 van 51)

ontdaan van mijn bestaan

zijn signatuur

 

de beweging

vandaag lijdt Sinterklaas schipbreuk in onze voorleesclub
(De heerlijkste 5 december in vijfhonderdvierenzeventig jaar, Annie MG Schmidt)

 

 

tot elkaar veroordeeld

Bij een bepaalde wind.

 

op een andere plaats

Interview met Martin M Aart de Jong.

een voorsprong

“Want actievoeren kan ik niet.” Het gesprek met Jolies Heij.

doorhaling

Max Greyson, interview

bijvoeding

De gordijnen waren gesloten, zei hij, en het licht
brandde, ik dacht dat jij er was, maar

de buitendeur stond op een kier. Ook stonden alle
laden open, alle dozen, kasten

en het zolderluik. Ik was het niet, zei ik, of hoe
iemand nu hem speelde en opeens van mij

familie werd. Zo kleedde een dief zich met alle
kleding van de buurman terwijl hij

achter de open voordeur een serie bekeek op het
verlaten scherm. Een derde veegde de

broodkruimels van het aanrecht en borg het mes
schoon in de la. De koelkast was

geleegd in alle plastic tassen uit de gang. Ik zag
opeens weer de man die dagen over

straat sleepte met drie zakken vuilnis en gebreide
wanten aan maar nergens binnen kwam.

 

 

dwarsdoorsnede

De hele tuin lijkt van een suikerlaagje bedekt,
kleverig en doorzichtig alsof

eerst de zoetstof gemengd is met een scheutje
wijn, zich opgelost heeft en

vervolgens plakt. Bijna het vlies waarin men
zich kan bewegen. Wel zien maar

nauwelijks voelen. Stappen struikelend alsof
je moeder de koordjes in je

capuchon aangetrokken heeft, het regent en zij
wil je beschermen maar beperkt

het uitzicht. Door de druppels glanst het oppervlak.
De wereld dampt. Je kunt alleen maar

vooruit. Je zou je op willen vouwen en willen
rollen en dan kijken wat zich aan je hecht.

 

 

een blond gordijn

Alsof je, glas in de hand, minuscuul gekleed,
de deur openzet, in de tuin glipt en je

ogen dichtknijpt in de lage stoel en dan de
warmte voelt. Zo uitnodigend

hangt de zon over het natte veld, jaagt de
poes langs het hek, is er

stilte in het dorp. Als de deur open gaat, stolt
de adem. Tussen de kale takken

ragfijne draden waarin het licht weerspiegelt.
De zomer die je je herinnert is

een aarzelend voorjaar. Met dichte ogen kijk
je de lucht in, volg je

de vogel met de takjes in zijn bek. De eerste
bewoners lopen aan je voeten.

Handen trekken de panden van je jas naar
voren, daarin je dromend hoofd.

 

 

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑