Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: film (pagina 1 van 5)

zijn signatuur

Misschien moeten we het alleen doen voor de kunsten. Een
extra hoofdstuk toevoegen en nog een snedige

opmerking aan het eind van de film, iemands hoofd nog door
het wapperend gordijn, iemands hand nog

vertraagd laten wenken, het trucje herhalen, opnieuw op de
stoffige vloer vallen boven elkaar. Je haalt alvast

de attributen, ik maak alvast de beweging, je noemt me nog
dezelfde, ik jou de ander. Er zal een

vraag volgen en nog een, een vervelend gesprek, een besluit,
vier tranen en verwrongen smalle lippen die

opnieuw geen kleur hebben. Mijn ogen zien ondertussen de
muis onder het keukenkastje, de noodvoorraden

in het ruim, het ansichtkaartje uit verre tijden, nieuwe schoenen,
achtergelaten sokken, een tape met daarop mijn naam.

een bal rolt tot ongrijpbaar

(foto en bewerking Theo Kemperman)

 

 

Wat was is.. Op Vimeo (Wouter van der Hoeven) de links naar compromisloze rechtenvrije producties die ontstonden vanuit dit hol, ontmoetingsplek voor dichters, kunstenaars, muzikanten en haar liefhebbers!

 

tegen niemand in het bijzonder

Alles gaat moeiteloos in elkaar over: het zand in de zee, de
lucht in het land, het water in de voeten, de

regen in de soep, de handen in elkaar. De dijen blauw van
spijkerstof en kou. Het is een natuurlijk

verloop van tijd en volgorde, het dode dier spoelt terug, het
vogeltje wipt omhoog, de hond springt over

alles heen, een bal rolt tot ongrijpbaar, een man joelt, zelfs
zonder te kijken weet je waarheen je loopt, je

gaat daarheen waar het haar reeds wappert, er zijn nog twee
vlaggen over, de vuurtoren brandt, het schip

strandt. Alles ook is een beeld van toen: hoe je klein daar
stond en met je handen voor ogen de

schipper zag en de drenkeling en de zware netten met vis en
hoe een man dat uitdeelde alvorens hij verder liep.

de anderen

Van heel vroeger de filmbeelden waarin wiebelende auto’s
en stuntelige mannen het hele verkeer bepaalden,

ophielden en lachwekkend waren, het een beetje gegeneerd
grijnzen om zoveel misverstand en onrecht dat

het bijna huilen werd, de straat vervolgens leeg en een lichte
verwondering waar alles gebleven was. Misschien

voel ik me zo: een lichte botsing met een tegenligger die niet
dodelijk maar raak is, uit balans brengt,

rammelende onderdelen uit haar voegen stoot en met extra
veel moeite de weg een golvend geheel maakt,

terwijl alleen maar rechtdoor rijden is wat je wilt. Bovendien
wil je geen besmuikt gelach en geen traan om

dat wat misgaat, geen publiek bij de poging de rit te hervatten
en zeker geen beeldbepalend verlies.

keurig ingebonden

Vandaag vaart zij in een rondvaartboot voorbij, morgen
hangt zij met haar haar in het water en kapseist

zijn bezit, zijn wereld, de vrouw. Voorspelbaar is het
zachte deinen, het met de boot meelopen,

het oefenen in zeemansbenen. Voor het hart bestaat geen
oefening. Voorspelbaar ook het

vastleggen van dit beeld voordat zijzelf eruit stapt. Nog
een keer zwaaien, omkijken, giechelen.

Overmorgen is het water stil, de diepte donker. Zij had
zich een reisje geboekt en de weersverwachting

was gunstig. Ze had niet gerekend op de zwaarte van
het lijf, een steen op het middenrif

noch op de zuigende werking van de bodem noch blijkbaar
op haarzelf. Het was een tochtje van niets.

 

 

haar citaten

Ik droomde dat ik een hondje had dat met
wiebelende wollige poten de trap afrende
maar bij thuiskomst gedragen wilde

worden, smekend bij elke tree; ik droomde
dat ik gelanceerd werd op het volgend kruispunt
en niet zacht terecht kwam; ik droomde

dat het nog niet geboren kleinkind mij vroeg
waarom ik in deze flat woonde en natuurlijk
zou ik niet echt antwoorden maar

verzinnen hoe ik bij de toppen van de bomen
had willen wonen, die hij vervolgens in kleur
en met vogelnesten voor me tekende.

Omdat de nacht te vol was, besloot ik in de ochtend
te fietsen zoals ik deed met haar voorop, boom,
zei ze, of deed toen hij zo stil bleef of

deed elke keer dat ik iets moest doen, en toen ik
fietste kwam dat allemaal terug terwijl
een man in het bos mij staande

hield, zijn bezweet hoofd depte met zijn broek
en mij vroeg de tijdmachine af te staan die ik, naar
zijn zeggen, achterop had; daarbij

passeerde ons een koppel vrouwen allemaal met
uiterst kort grijs haar, een jongen met
een hond en een verdwaalde

visboer die zijn kar op het pad probeerde te houden.
Ik sprak met mezelf af dat ik mijn haar
zou laten groeien tot mijn billen

en hem citeren zou: ik hoefde alleen maar op de zwarte
knop te drukken, zei hij, en te kiezen met mijn
ogen dicht waar ik naar toe wilde.

 

de ander

Ik had kunnen doen wat ik zei dat ik deed of niet zei
maar vermeldde in het profiel dat meegestuurd

op een andere plek weer tevoorschijn kwam. Dat wat
ik altijd uitlegde als een heel geduldig werkje

maar zo fascinerend en dat wat altijd kwam nadat ik
hem opnoemde, nu niet terloops meer maar

met pauzes en nadruk. Dat wat bij voorkeur tijdens
hardnekkige regen en onheilspellende luchten

genuttigd werd, afgewisseld met broodjes gesmolten
kaas, handen in broeken en mijn hoofd

op heuphoogte van hem, altijd van hem. Dat wat dan
achter gesloten deuren ons vasthield tot

alles helder werd: de beelden, de luchten, zijn doel en
zijn publiek. Ik. Naast de eigenschappen

als creatief, inzetbaar, snel, vol en met muzikale kennis
en een onfeilbaar geheugen in datzelfde profiel.

 

 

het gepoetste oppervlak

Als onbezoldigd medewerker aan grootse plannen,
intieme projecten en grensoverschrijdend

beeldvermaak, zijn wij altijd oproepbaar en in staat
de dagelijkse beslommeringen te laten

liggen. Soms reikt een arm nog zo ver dat zij de
was uit het apparaat kan halen terwijl

wij hummend zijn akkoord op de lijn werpen, soms
ook schakelen wij

alle functies uit tot het sonoor stemgeluid met een
droge klik wegvalt en wij opeens weer

weten wie wij waren en waarom alleen veel vermoeider
dan daarvoor. Zo lagen wij daarnet over

de strijkplank dwars in een mouw toen wij tot de orde
geroepen werden, verkozen tot

hulpje van het jaar. Onduidelijk alleen hoe onze status
morgen is en met welke opdracht.

 

 

die andere taak

Ik vertegenwoordig nog steeds ons ambacht, in de nacht
zelfs. Op groot doek vertoon ik dan

kleine fragmenten van het monnikenwerk dat wij deelden.
U zit dan op het puntje van uw stoel en zucht.

Knippend in ons archief verbind ik zo de disciplines en
het is mijn stem die opnieuw lijmt en schakelt.

Op dezelfde wijze verdedig ik het ons. Alsof wij er nog
zijn en blijven leven in die details. Hij

heeft niet uw keurend oog nodig, ik wel. Door mezelf aan
de ander uit te leveren, ik de kluizenaar, ik

de torenwachter, werd ik meer en zichtbaar terwijl er van
uitwisseling niet echt sprake was. Ook toen was hij

daar en ik hier en waren er altijd oorlogstroepen onderaan
die ons land verdeelden en overheersten.

 

 

tegelijkertijd

Nog precies weten hoe we liepen daar. Hoe gericht
zijn camera slingerde en zijn lijf daar

achteraan. Hoe uit alle kleuren het naakt het witst
was. Mijn shirt een weinig open. Handen die

uit haarzelf de beweging maakten. Cirkels van
bezoekers die verscholen achter

bonte coulissen verhalen maakten. Geluiden die
later terugkwamen. Wat we

deden met haar inhoud. Hoe ik nu langzaam en
bewust het je toevertrouw:

damp die nog opstijgt uit de opening bij mijn hals,
rood uit mijn zwarte plooien, dansende

passen van ingang naar uitgang en hoe we leven
binnen de kaders van onszelf.

 

 

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑