Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: film (pagina 1 van 5)

een hechte verbintenis

Er zijn twee onderwerpen, meent hij, waarover ik
bij uitstek kan schrijven in plaats van

langdurig en bij herhaling ze te benoemen in een
gesprek en het zijn toevallig die thema’s

die hij liever vermijdt, of nee, hij gaat ze niet uit
de weg, ze bestaan heus, maar hij maakt er

iets anders van, eigenlijk hetzelfde als ik maar dan
niet met woorden. Als ik nu hier kijk naar

het beeldmateriaal, en hij daar blijft in mijn poëzie,
dan is dat een nieuwe gesprekskeuze, een

andere invalshoek, jaja. Ik vat het een beetje grimmig
samen, veel binnenrijm maar verder een

uitgezakt broddelwerkje, nou ja, zwijgt hij, je moet
natuurlijk wel je best doen hè

werkend op de akker

Overbodigheden bij die beelden haalt hij weg, rafels
zijn het, afleiding en onzin. Uren schuift hij

zijn vingers langs vissen in het water, zilverachtige
sporen, bloemen in een perkje, een fietser

dwars door de stilte, hij zet de camera opnieuw op
zijn onderwerp scherp. Het lint van

het leven, de ronde om de kerk, haar marmeren dijen.
In een klein doosje verzamelt hij de feiten

vervolgens, als ik nu maar dat doosje zorgvuldig bewaar,
toch zijn zomaar al die gekozen fragmenten

net zo teveel als al die woorden die ik in een papieren
pakje stop. Er zou geluid bij moeten

zitten, hartverscheurend, krijsend, of een jurkje dat mij
helemaal bedekt en een haan op de toren.

voor donker thuis

Bij het reizen door de tijd nam hij niemand mee, toch
waren alle ontmoetingen herhalingen en

uitgestelde verlangens en iedereen had als passagier in
zekere zin graag geboekt maar het kaartje was

kwijt, de kleding niet de juiste en de houding niet die
van een enthousiast kind. Zij was nooit

weggeweest nog. Hij herinnert zich een route en hand
in hand oversteken, hij had er

beelden van maar daarop is ook te zien hoe een klein en
wit konijntje plotseling vanachter hem opzij

hupt en zij opeens op knieën door het gras en fluisterend
door een geheime ingang verdween. Ze

kwam nergens aan maar als je die seconde stilzette, zat ze
met het beest op schoot en aaide het.

duidelijker dan in de beelden

Sommige dingen moeten uit het systeem: hinderlijke flarden
van een gesprek dat nooit afloopt, een te

lange en overvolle trein, boterhammen die uit elkaar gevallen
op de bodem van je tas liggen. Andere

zaken blijven voor altijd opgeslagen: die open krullende hand
die om een centje bedelt terwijl ik alleen maar

een vinger heb om erin te stoppen, de grijns bij elke ontmoeting,
mijn handschrift hoewel steeds onleesbaarder en

snotterige kusjes van een overzees kind dat de afstand tot het
zesde oog nog niet kan inschatten en tjonk, tegen

mij aanbotst. Nergens wordt er gehuild, niet meer. Het hart
bloedt nog, de wond klopt nog, het bonzen naar

binnen gekeerd, zwaai nog even. Onderaan een brief staat een
weerzien en elke inhoud is immers discutabel.

omkijkend waar of dan toch het gezelschap blijft

Iedereen doet mee, zelfs de knuffels komen tot leven, springen
in mijn fietsmand en rijden mee, stappen uit als hij

dat zegt. Alle kinderen gedragen zich naar zijn wensen, goed,
ze mopperen onderhands en begrijpen niets van

de instructies, dragen kleding in andere kleuren, echte dieren,
kartonnen dozen met planten, praten

nauwelijks, vragen aan mij of dit wel zo moet, mijn nog levende
ouders zitten op klapstoeltjes in

een grasveld, er loopt een spin langs een knuffel die ik water geef,
hij belt voortdurend wijzigingen door, er is een

assistente die ik niet ken en zelf, zegt hij, mag ik niet te veel opvallen.
Het zijn beelden waar ik doodmoe uit opsta,

partijen die allemaal gesust en aangespoord moeten worden, niet
echte situaties die hij vergeefs regisseert.

het krijsend gevogelte

Ik beloof hem het op te schrijven, het uit zijn hoofd te
halen en vorm te geven en toch weet ik niet

of ik dat kan. Er ruisen witte vlokjes langs de ramen,
er schuilen eenden onder de brug, boten

blijven liggen voor de bocht. Ik wist niet dat ik hier zou
zijn, het licht binnen in strepen van een

heel andere kleur. Ik wist niet dat er nog verten lagen,
groene vlakten die ik in me zuig, ik houd

alleen mijn eigen hand tussen mijn benen. Er zijn maar
een paar andere mensen die bijna

het liedje meezingen, het hoofd schudden, zachtjes om
zoveel schoonheid en gemis. We blijven

schuilen blijkbaar, dragen twee truien over elkaar, de
ledematen tintelen, dan lachen we naar elkaar.

zijn signatuur

Misschien moeten we het alleen doen voor de kunsten. Een
extra hoofdstuk toevoegen en nog een snedige

opmerking aan het eind van de film, iemands hoofd nog door
het wapperend gordijn, iemands hand nog

vertraagd laten wenken, het trucje herhalen, opnieuw op de
stoffige vloer vallen boven elkaar. Je haalt alvast

de attributen, ik maak alvast de beweging, je noemt me nog
dezelfde, ik jou de ander. Er zal een

vraag volgen en nog een, een vervelend gesprek, een besluit,
vier tranen en verwrongen smalle lippen die

opnieuw geen kleur hebben. Mijn ogen zien ondertussen de
muis onder het keukenkastje, de noodvoorraden

in het ruim, het ansichtkaartje uit verre tijden, nieuwe schoenen,
achtergelaten sokken, een tape met daarop mijn naam.

een bal rolt tot ongrijpbaar

(foto en bewerking Theo Kemperman)

 

 

Wat was is.. Op Vimeo (Wouter van der Hoeven) de links naar compromisloze rechtenvrije producties die ontstonden vanuit dit hol, ontmoetingsplek voor dichters, kunstenaars, muzikanten en haar liefhebbers!

 

tegen niemand in het bijzonder

Alles gaat moeiteloos in elkaar over: het zand in de zee, de
lucht in het land, het water in de voeten, de

regen in de soep, de handen in elkaar. De dijen blauw van
spijkerstof en kou. Het is een natuurlijk

verloop van tijd en volgorde, het dode dier spoelt terug, het
vogeltje wipt omhoog, de hond springt over

alles heen, een bal rolt tot ongrijpbaar, een man joelt, zelfs
zonder te kijken weet je waarheen je loopt, je

gaat daarheen waar het haar reeds wappert, er zijn nog twee
vlaggen over, de vuurtoren brandt, het schip

strandt. Alles ook is een beeld van toen: hoe je klein daar
stond en met je handen voor ogen de

schipper zag en de drenkeling en de zware netten met vis en
hoe een man dat uitdeelde alvorens hij verder liep.

de anderen

Van heel vroeger de filmbeelden waarin wiebelende auto’s
en stuntelige mannen het hele verkeer bepaalden,

ophielden en lachwekkend waren, het een beetje gegeneerd
grijnzen om zoveel misverstand en onrecht dat

het bijna huilen werd, de straat vervolgens leeg en een lichte
verwondering waar alles gebleven was. Misschien

voel ik me zo: een lichte botsing met een tegenligger die niet
dodelijk maar raak is, uit balans brengt,

rammelende onderdelen uit haar voegen stoot en met extra
veel moeite de weg een golvend geheel maakt,

terwijl alleen maar rechtdoor rijden is wat je wilt. Bovendien
wil je geen besmuikt gelach en geen traan om

dat wat misgaat, geen publiek bij de poging de rit te hervatten
en zeker geen beeldbepalend verlies.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑