Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Auteur: alja (pagina 3 van 379)

geen hemel, geen God

geen hemel, geen God

Bij alles dat ik de volgende uren doe, ben ik doordrongen
van het gemak waarmee, de vanzelfsprekendheid,

de snelheid, de ontmoetingen met de ander, het reizen naar
een vreemde stad, het buiten zijn, het praten.

Er is zon, vogels fluiten, mensen zijn aardig, er ligt niets
in het gras verscholen dan wat plastic, een

hond is langs gekomen, een kind liet een fietsje liggen. Een
halve boterham steekt uit de prullenbak. Er

is vertrek en aankomst, maar bovenal keert men alleen maar
thuis nadat men weggeweest is. Zijn stem

zit in mijn mobiel, hij eindigt vragend vaak, niet dan? Toch
was het nooit een echt verzoek, nou ja,

cakejes misschien voor bij de vergadering en een precies
tijdstip zodat hij de deur los kon draaien.

meanderend

Verdrietig en verslagen moeten wij u meedelen dat Rob de Vos eerder deze week thuis in zijn woonplaats Hoogvliet plotseling is overleden. Hij zou op 20 mei 63 jaar zijn geworden.

Rob was de geestelijke vader van Meander. In 1995, een jaar nadat internet (toen nog met een hoofdletter geschreven) op grotere schaal in Europa was geïntroduceerd, zette hij, nadat hij iets dergelijks eerder al op papier had gedaan, een literaire e-mailnieuwsbrief met een bijbehorende website op en noemde het geheel Meander.

Meander beoogde (en beoogt) vooral kansen te geven aan beginnend literair talent, maar al snel bleken ook meer gevestigde dichters graag bereid om in Meander te publiceren. In de loop van de jaren heeft een enorme hoeveelheid dichters (op den duur werd uitsluitend voor poëzie gekozen en werd het publiceren van literair proza verlaten) in Meander gepubliceerd en heeft een keur aan mensen (net als Rob zelf altijd om niet) aan Meander meegewerkt. De wekelijkse nieuwsbrief heeft een bereik van ruim 7000 abonnees.

Rob was in al die jaren de spil van Meander. Hij was webmaster, redacteur, ideeënbedenker, boekhouder en bestuurder. De leegte die hij achterlaat is nauwelijks te overzien. Toch hebben wij de intentie om op de een of andere wijze met Meander door te gaan. Daar hebben wij tijd voor nodig en we vragen daarvoor uw begrip.

Bestuur, redactie en medewerkers van Meander

 

In memoriam Rob de Vos

Rob startte Meander 22½ jaar geleden (1995) vanuit zijn huiskamer, een literaire website die vooral een podium bood aan nieuw talent en debuterende dichters. Daar hoorde hij nadrukkelijk zelf niet bij, al deed hij vorig jaar met de Turing een poging.
Sowieso bleef hij liever op de achtergrond en in zijn eigen omgeving. Eigenlijk was hij de ideale vrijwilliger in zijn eigen vrijwilligersvereniging: Meander was niet het allerbelangrijkste voor hem, al dacht iedereen dat hij 24 uur per dag ermee bezig was, en van gedichten had hij helemaal geen verstand, riep hij, het ging hem om de contacten die hij legde, de mogelijkheden van het internet, het was allemaal niet zo wereldschokkend en zijn functie maakte hem niet belangrijk.
Het plezier van het maken werd echter steeds minder groot, de druk steeds zwaarder. Lang bleef hij alles alleen doen, het koste hem ook moeite zaken te delen of delegeren, hij had een hekel aan overleg dat al ook online snel oeverloos kon worden en hoewel hij luisterde naar veel persoonlijke zaken, had hij geen zin in gezeur.

Hij miste nog altijd Joop Leibbrand, die in september 2015 plotseling overleed, een waar voorbeeld voor hem en anderen in onbaatzuchtigheid en plichtsbetrachting (en dat allemaal zonder betaling). Joop beschouwde hij als de geestelijke voorvader van Meander (en dat hij zelf nu als geestelijke vader de geschiedenis in ging, ach……)

Bij het aanstellen van mij als zijn opvolger als voorzitter (nadat hij mij al allerlei taken had toebedeeld) zei hij dat het plezierig was dat ik ‘niet zo netjes’ was, daar voelde hij zich bij thuis, hij wilde geen pietlut aan het stuur.

Rob geloofde niet in een hemel, niet in een God. Hij dacht over veel dingen na maar leefde volkomen in zijn eigen wereld. Zijn solitaire levenswijze was niet vrijwillig gekozen maar bleef als enige mogelijkheid over. Hij miste nog altijd zijn broer die een paar jaar terug overleed, zijn moeder, en bleef in haar huis wonen. Hij kon net zo makkelijk praten over politiek, de tuin, de kwaliteit van leven als over een geschiedenisboek dat hij net gelezen had (via de E-reader en in grote letter), een zeldzaam bezoek van een oud medewerker aan Meander en hoe het zou zijn om meer ambities te hebben, of kinderen. Als hij geen zin had om te bellen, sprak hij zijn boodschappen in, deed er een foto bij van de tuin of het toetje en vergat nooit een kritische opmerking: het toetje zag er niet uit zoals het zou horen, ik had een eigenaardige vergeetachtigheid inzake komma’s maar ook, hoe heerlijk dat ik wèl altijd goedgemutst was.

(c) Alja Spaan

rozen uit de kopieermachine

Er zijn van die dagen dat je uit je ritme geslagen wordt,
een nachtmerrie overdag, een bonkend geraas dat

over je trekt voordat je kunt bukken, glas uit een dicht
gelaten deur. Eerst doe je alsof er niets

gebeurd is, steken tellend in een onmogelijk patroon, je
handen om een brandweerauto die

erop uit trekt voordat de sirenes loeien, je kleinzoon aan
het scherm dat ‘meisje, meisje’ zegt omdat

er een pop was waarmee hij speelde, een kunstwerk dat
je vanaf zolder heel langzaam laat zakken op

de keukenvloer alvorens je zelf naar beneden komt. Dan
ben je pas in de late avond waar je in de ochtend

had zullen zijn. Je luistert zijn stem, deelt het ongemak,
hij lacht en zal zijn leven beteren, jij ook.

aangevuld met alles van haar

Komen er eerst nog rozen uit de kopieermachine, droge
harde die knappen bij het vallen op het bureau,

later zijn het vlammen en knallen en stort het hele kantoor
in terwijl ik urenlijsten vermenigvuldig die

ieder nog invullen moet. Er zijn twee vrouwen die op de
schoot van een collega genomen worden,

er zijn een heleboel nieuwkomers die nog ingewerkt moeten
en mijn vader bezwijkt op straat waar mijn

moeder zich weer vreselijk aan ergert. Het zijn allemaal
fragmenten van een vorig werkend leven,

de opwinding hoe uren vol te maken en te verantwoorden
en een grote mate van collegialiteit blijkbaar, plus

een licht gemis aan mijn kibbelende ouders, terwijl de
buren op straat wijzen naar het verkoolde restant.

dito allooi

Er is een soort aandacht die je aan jezelf kunt besteden die je gevoeliger maakt voor andere mensen. Egoïsme, zelfzucht, die woorden moesten afgeschaft worden. Alles wat ik geleerd heb toen ik jong was waren leugens. Omdat zoals moeder zich voelt, zoals ik me voel als ik in het zwarte gat zit, totaal op onszelf is toegespitst maar er tegelijkertijd alle zelf aan ontbreekt, er is alleen een ontbreken van zelf, een ontbreken van liefde, een zich overgeven aan de extase van het afzien van alle gevoel. En het ontbreken van het zelf is een straf voor anderen: dat weet ik, dat voel ik.
Terwijl als je begint te denken als je kunt denken als je jezelf kunt laten denken over wat je bent wat je doet wat je wilt en wat je bevalt en wat je niet bevalt – dan krijgen andere mensen plotseling kleur, krijgen ze eensklaps reliëf zoals filmbeelden die ineens scherp worden gezet.

Marilyn French, uit: Her Mother’s Daughter

 

(in de jaren ’80 geschreven en gekocht, in 2008 aangevuld met alles van haar, en elke tien jaar daarop herlezen)

een haan op de toren

Met 38 verkochte exemplaren van ons officieel debuut van vorig
jaar zijn wij een bestsellerauteur die na

afrekening van de 21 euro 38 aan de bijstand een herdruk verdient,
een extra toetje, een signeersessie op alle plekken

behalve voorin de bundel en een lauwerkrans waarin ons hoofd
blijft steken. Gevraagd naar redenen voor succes

horen wij altijd dat het niet aan ons zou liggen, men gelooft nog
altijd in ons, hoewel dat hinderlijke meervoud van mij

eigenlijk een elitaire houding is waarmee ik me niet geliefd maak,
en misschien kan ik ook iets aan de vorm doen

waarmee ik mezelf herhaal, maar heus, er blijft nog genoeg over,
men moet het alleen nog zien en willen, de

uitgever incluis. De schrijver liet zich allang omscholen tot een
animeermeisje van zekere omvang en dito allooi.

werkend op de akker

Overbodigheden bij die beelden haalt hij weg, rafels
zijn het, afleiding en onzin. Uren schuift hij

zijn vingers langs vissen in het water, zilverachtige
sporen, bloemen in een perkje, een fietser

dwars door de stilte, hij zet de camera opnieuw op
zijn onderwerp scherp. Het lint van

het leven, de ronde om de kerk, haar marmeren dijen.
In een klein doosje verzamelt hij de feiten

vervolgens, als ik nu maar dat doosje zorgvuldig bewaar,
toch zijn zomaar al die gekozen fragmenten

net zo teveel als al die woorden die ik in een papieren
pakje stop. Er zou geluid bij moeten

zitten, hartverscheurend, krijsend, of een jurkje dat mij
helemaal bedekt en een haan op de toren.

de ergste voorjaarstorm

Ze knikken. Ach jawel, ze zien iets aan zijn ogen, bruin,
stelt mevrouw V en meteen situeert ze hem in

warme berglanden en een strooien hoed op, werkend op
de akker, nee, donker, zegt de heer Z. hoewel

ook hij doorgaat met temperaturen boven normaal en het
zware leven van een landbouwer, alleen

mevrouw T., broos en zwijgend vaak tegenover me, werpt
een glanzende blik, legt haar handen voor zich

op tafel en strijkt over boek en ogen en en passant het crème
overhemd en de korte broek eronder, en zegt

‘zo was het dus’ en dat we dat allemaal wel eens hebben,
dat gevoel dat niets ertoe doet en alles verkeerd,

dat wij dat slechts niet opgeschreven hadden en zo prettig
hadden voorgedragen zoals ik nu, toch?

ruimte waarin de lezer zelf zijn weg moet zoeken

 

Ruimte waarin de lezer zelf zijn weg moet zoeken

 

Oudere berichten Nieuwere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑