Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Maand: april 2018 (pagina 2 van 4)

zilverwitte vleugelslag

Zou u liever meer liefhebben en meer lijden, of minder liefhebben en minder lijden? Dat is, denk ik, uiteindelijk de enige echte vraag.

U kunt er natuurlijk, terecht, op wijzen dat het geen reële vraag is. Omdat we het niet voor het kiezen hebben. Als we het wel voor het kiezen hadden, dan zou er een vraag zijn. Maar dat is niet het geval, dus is er ook geen vraag. Wie kan zelf uitmaken hoeveel hij liefheeft? Als je het zelf kunt uitmaken, is het geen liefde. Ik weet niet hoe je het dan wel noemt, maar het is geen liefde.

Julian Barnes, uit: The only story

zilverwitte vleugelslag

Omdat hij er de tijd voor neemt haar te antwoorden
en gewoon helemaal geen tijd heeft,

vindt hij over een paar jaar pas haar brief waarin alleen
de opmerking dat die ander de

horizon in zijn lachend beeld niet had rechtgezet, toch
een van de eerste vereisten voor het

nemen van een goede foto, zo had ze van hem geleerd.
Misschien was van al zijn instructies het

enige belangrijke dat zij terug te vinden was in het open
veld maar de lichtende, rechte lijn was

vandaag een hoge zee, haar benen sprongen over de rand,
ze verdween in de golven. De ander

meent dat het lachje voor de fotograaf is, een bekende
beginnersfout in kadering.

het laatste stukje

“Eerst schrijf je voor jezelf….altijd, om ervaringen en de wereld om je heen te begrijpen. Het is een van de manieren die ik gebruik om niet gek te worden. Onze verhalen, onze boeken, onze films, we maken ze om te kunnen omgaan met de willekeurige traumatiserende chaos van het leven.”

Bruce Springsteen, uit: Born to run, autobiografie

 

het laatste stukje

Als je elke keer uit hetzelfde raam opschrijft wat je ziet,
vanuit dezelfde positie die je vader, je grootvader,

zij, de wereld zag en daar omheen dan het kader weghaalt,
het venster open, de meeuwen op hun

zilverwitte vleugelslag stil laat staan, de boten in hun
trage glijbaan voor anker, de schilder op het

hoekje met het penseel in de rechterhand bevroren, de
bomen in eeuwige bloesem, kinderen die nooit

van de kade vallen, fietsers die nooit hun doel bereiken,
haar roepend zonder dat ze je ooit nog hoort,

kun je denken dat alleen die wereld vanuit dat vierkant
veranderd is, niet jijzelf, niet zij, niet hen,

en dat als je je omdraait, je vrouw daar nog is, en je vader
aan tafel werkt en je grootvader met koffie wacht.

een andere invalshoek

Op het blote buikje van mijn kleinzoon zitten spetters
aardbei die onder een gulzige lach de zomer

prijsgeven, op mijn lijf zijn er witte vegen verf die op
onverklaarbare wijze altijd door de kleding

heen dringen als teken van nonchalance en eenzelfde
gretigheid. Ook rol ik nog even over het

laatste stukje vrije vloer, tussen het plastic met plasjes
wit, zoals hij nog even de stukjes fruit

over zijn velletje wrijft, beiden lachen we. Ik moet aan
mijn vader denken die in plaats van het onkruid

de bloemen schoffelde, het overdrijven dat elke schrijver
doet en het verwijt dat we niet serieus genoeg

zouden zijn. We hangen juist te veel aan het leven, als
een kind verwonderd over elk effect.

een hechte verbintenis

Er zijn twee onderwerpen, meent hij, waarover ik
bij uitstek kan schrijven in plaats van

langdurig en bij herhaling ze te benoemen in een
gesprek en het zijn toevallig die thema’s

die hij liever vermijdt, of nee, hij gaat ze niet uit
de weg, ze bestaan heus, maar hij maakt er

iets anders van, eigenlijk hetzelfde als ik maar dan
niet met woorden. Als ik nu hier kijk naar

het beeldmateriaal, en hij daar blijft in mijn poëzie,
dan is dat een nieuwe gesprekskeuze, een

andere invalshoek, jaja. Ik vat het een beetje grimmig
samen, veel binnenrijm maar verder een

uitgezakt broddelwerkje, nou ja, zwijgt hij, je moet
natuurlijk wel je best doen hè

een ruimte voorbij mij

Voor het eerst heeft een kind meer bezit dan mij, een
grotere woning zoals die past bij een vast

contract, een hechte verbintenis, een hoog aantal jaren
in het vooruitzicht hopelijk. Het uitzicht

is op witte bloesem en schommelende kinderen, gelach
komt van buren die hoog op hun balkons zich

afschermen en het ruikt voorlopig naar een soppende
moeder die alle hoeken en gaten op haar

knieën en hoog reikend van voorjaar voorzag. In haar
lunchpauze strekt zij zich uit over de kale

vloer, duiven koeren op de vensterrand, de zomer is
in aantocht. Hij is nog steeds het kind dat

behoedzaam alle mogelijkheden bijeenbrengt, alleen
twijfelt nu aan de kleur van de muur.

een dier op aaihoogte

Soms zie ik je terug, een ruimte voorbij mij, een stoel
in de verte, ik moet mijn ogen dichtknijpen,

je bent twintig of zoiets, je haar is nog zwart en je hebt
als altijd hoofdpijn, je leunt tegen de zitting,

je hand aan de riem van je broek, de ander doelloos in
de vensterbank, zijn er ramen, kijk je

ooit deze kant op, ik zou zomaar naar je toe kunnen lopen,
ontdekken hoe oud ik ben, weten dat je

niet dezelfde bent, je missen, dierlijk missen en mezelf
daarbij, dan wend ik mijn hoofd af en leun

en zie in omgekeerde volgorde de stad tegemoet die jij
verlaat, er ligt een briefje op tafel, ik mag

gerust de hagelslag opmaken, nee geen hartje in de spiegel
en vergeet niet waarvoor je kwam.

onze kleine stappen

Het raam wordt steeds voller, de lucht raakt versnipperd
daarachter, kleine scherven van licht die

figuren maken uit mijn jeugd, beelden die ik elke keer
opnieuw kon tellen zodat ik rustig werd en niet

de houten bank voelde of de barse stem vanaf de kansel
maar de vrijheid van daarbuiten. Hier een

tuimelende vogel die bij me intrekt, een huilend kindje
dat mee wilt, een chauffeur die met

draaiende motor op me wacht, misschien toetert hij straks,
een bloemenjurkje over een deurknop, een

hartje in de koffie, een dier op aaihoogte, iets zeker weten;
daar de namen in goud, het raden van woorden,

pinksterbloemen in het weiland, dezelfde kleuren echter
en misschien ook wel hetzelfde geloof.

een wachtlijst

De plek naar de schoenendoos was beschreven, trap
op, links achter, rechts voor, misschien dat

er nu twee dozen stonden maar ze waren zeker te tillen,
pas op voor de losse vloerbedekking, de

plaatsen in het zwarte kastje liggen over de landsgrenzen,
een doolhof waarboven hij nu grijnst, sceptisch

over onze kleine stappen en radeloos turen in de verte,
teveel bagage op onze rug, de ene gier volgt

de andere, krassend over onze hoofden, er zijn bankjes
om uit te rusten maar ze staan

boven een ravijn, we verliezen schoen, moed en zicht,
aarzelend bij touwladder, kabelbaan en lift,

hebben geen juist entreebewijs, staan in de wachtrij voor
toegang en missen de grootste attractie.

 

(hoewel de site van Meander weer leesbaar is, is ze nog niet werkbaar)

Oudere berichten Nieuwere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑