Ze zegt dat ze best vaak aan mij denkt, zo in het
voorbijgaan van de klanten langs haar loket, die
ene waarvan ze precies begrijpt waarom,

nou ja en waarmee ze dan iets deelt, meer dan de
vereiste papieren en gegevens, en hoe ze dan net
iets meer achteroverleunt en hoopt

op koffie die langskomt, goed heet en met extra
suiker waarna ze op het scherm nog eens controle
houdt op het leven en de activiteiten van

en een beetje jaloers op de vrijheid is en een beetje
bezorgd ook over die situatie en hoopt op het beste,
ook voor haarzelf en dan, veel later, als

ze thuis is en de was draait en haar kind slaapt en
alleen de apparaten reageren op haar zachte toets,
verzint zij zich kunstwerken en boeken

en levens en mannen die blijven en geluk en volle
koelkasten en een beetje aardige collega en een jurk
waarin tien pond minder, lente brengt.