Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Maand: januari 2018 (pagina 2 van 5)

ik jou de ander

Met vaste hand duwt hij de groen plastic lepel met de lachende
maan op het handvat in mijn mond nadat hij eerst

poes en beer gevoed heeft, en botst tegen het scherm, olijk en
vol zorg en ik hap vanaf de andere kant en maak

tevreden geluidjes, haal mijn hand langs mijn oren en glimlach
breder zodat hij mij opnieuw opschept, daar verschijnt

zijn hoofd weer boven tafel. Zoiets misschien. Dat ik u voed
en alle anderen door dagelijks het zwart te laten

oplichten en tevoorschijn kom en u, klevend aan mij, van het
maal voorzie waarbij ik alle ingrediënten en

toebereidingen, al het seizoen fruit en de regels van de natuur,
al uw dieetvoorschriften en allergieën, aan mijn

laars lap en u laat slikken, gewoon omdat poes en beer en hij ook
alles lusten en blijven proeven, ook al duw ik soms te hard.

zijn signatuur

Misschien moeten we het alleen doen voor de kunsten. Een
extra hoofdstuk toevoegen en nog een snedige

opmerking aan het eind van de film, iemands hoofd nog door
het wapperend gordijn, iemands hand nog

vertraagd laten wenken, het trucje herhalen, opnieuw op de
stoffige vloer vallen boven elkaar. Je haalt alvast

de attributen, ik maak alvast de beweging, je noemt me nog
dezelfde, ik jou de ander. Er zal een

vraag volgen en nog een, een vervelend gesprek, een besluit,
vier tranen en verwrongen smalle lippen die

opnieuw geen kleur hebben. Mijn ogen zien ondertussen de
muis onder het keukenkastje, de noodvoorraden

in het ruim, het ansichtkaartje uit verre tijden, nieuwe schoenen,
achtergelaten sokken, een tape met daarop mijn naam.

zijn signatuur

 

de zeurende dreiging

Het was deze man die ik vaak citeerde: groter dan groot en
licht naar me voorover buigend of precies in

die straal zon die door het gekleurd raam naar binnen viel.
Het was daar dat ik opnieuw thuiskwam, nu

door de voordeur, en men mij omsloot. Een driftige voorganger
hief zijn handen op, ik lag bijna op mijn

knieën maar toen ik mijn ogen dichtdeed, voorbereid op zijn
zegen of de klap waarmee, hoorde ik muziek,

zoet, kalm en later met dezelfde verwarrende wervelende toon
die in mij zat. Later zette hij zijn signatuur

op de voorste bladzijde, serieus en onder mijn kinderlijke naam
en bleef mij even aankijken. Ik was daar ook,

zou hij zeggen, en ik zag hoe je bewoog in de tijd en met je
mond open probeerde wijs te houden.

 

zoals de noodzaak zich steeds vaker aandient

De lucht leeg, de vogels zelden alleen maar in vallende
wolken zwart, purperen banen later, de straten

dreigend verlaten, de stem van de buurvrouw hoger dan
normaal en kinderlijk dreinend, de

berichten van de kleine omslachtig als altijd zoals zijn
reis naar huis in de avond, alle

alternatieven met zorgvuldigheid behandeld terwijl de
lange gewoon fietst en al de zeurende dreiging

van zich afschudt. Overzee is het rustig en voert de
allerkleinste mij door het scherm,

het smakkend geluid van liefde en voor altijd genoeg
hebben terwijl onder mij de woorden groeien

die – als die vogels – zich in groepen verzamelen, donker,
alvorens zij allen naar beneden storten.

altijd links van me

Voor het ‘verloren lopen’ of ‘uit de tijd vallen’ zoals de auteur
dat noemt voor verdwalen of

sterven, moeten we toch met dezelfde eenvoud en helderheid
ons leven hebben kunnen beschrijven, de

opdracht wordt steeds duidelijker zoals de noodzaak zich steeds
vaker aandient maar ook het uitstel, het

schuifelen over het ingezaaide grasland, het volgen van de vogels
die laag over scheren en vanuit de geulen het

zaad oppikken, het turen in de verte waar de katten roven en met
de buit thuis zullen komen, nog even de

damp boven het land die de dorpen van elkaar scheidt, de torens
van de kerken eenzaam, scheephoorns tegen

de haven. Er moet altijd een oever zijn, schrijft hij, altijd een
overkant zichtbaar, anders blijf ik nergens.

(naar aanleiding van het werk van Rinus Spruit)

altijd links van me

Schrijven is het enige recht van leven.
Schrijven om alles goed te maken.
Omgespitte gedachten, aangeharkte zinnen.
Brokstukkentaal.

Rinus Spruit in: Broeder, schrijf toch eens!

zeker negen

Ik denk het water dat groot en grijs begon.
Begin.

Het rolt als een herinnering die zich hervindt en anders.

Maria Barnas, uit Vreemdgaan
uit: Er staat een stad op /
opgenomen in de bloemlezing Je bent mijn liefste woord (Anne Vegter)

zeker negen

Bij het moeizaam omhoogkomen en van tafel opstaan, zegt
mevrouw V. dat ze gewoon heel anders is dan

de rest van de groep, ze heeft een heel ander leven geleid en
ze is ook nog eens ouder, daarom

praat ze niet graag mee. Haar poppengezichtje met het rechte
kapsel hangt altijd links van me, er is

niets aan af te lezen. Ze eet haar koekje door hem rond te draaien
in haar hand en zachtjes te knabbelen en haar thee

drinkt ze koud. We woonden in dezelfde straat, de straat waarin
ze ooit voor dood bleef liggen,

maar wat daarvoor gebeurde, daarover praat ze niet. Ze steunt
op mijn armen tot de heer T. dat overneemt, hij

wacht haar altijd op. Ik denk aan het dansen van de cancan 
waarbij ze haar rokken over het hoofd gooit maar

of dat het anders zijn inhoudt, weet ik niet. Ik weet zelfs niet
hoe zij eruit zag toen zij daar voor mijn voeten viel.

tekortkoming en overschot


in de voorleesgroep vanmiddag!

Oudere berichten Nieuwere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑