Met vaste hand duwt hij de groen plastic lepel met de lachende
maan op het handvat in mijn mond nadat hij eerst

poes en beer gevoed heeft, en botst tegen het scherm, olijk en
vol zorg en ik hap vanaf de andere kant en maak

tevreden geluidjes, haal mijn hand langs mijn oren en glimlach
breder zodat hij mij opnieuw opschept, daar verschijnt

zijn hoofd weer boven tafel. Zoiets misschien. Dat ik u voed
en alle anderen door dagelijks het zwart te laten

oplichten en tevoorschijn kom en u, klevend aan mij, van het
maal voorzie waarbij ik alle ingrediënten en

toebereidingen, al het seizoen fruit en de regels van de natuur,
al uw dieetvoorschriften en allergieën, aan mijn

laars lap en u laat slikken, gewoon omdat poes en beer en hij ook
alles lusten en blijven proeven, ook al duw ik soms te hard.