Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Maand: november 2017 (pagina 2 van 5)

in al die beweging

Mijn vader 
begon dingen door elkaar te halen       
        bij gebrek aan mensen, gedachten

mijn moeder nam hem in haar armen,
nam de dingen van hem af

toen had hij nog mijn broers,
maar zij groeiden krom en versmolten,
werden één broer van geen enkel belang

toen opende hij zich
en er verschenen olifanten, witte duiven, mieren, irissen
                                                                     in de kieren van zijn verstand,
maar niet voor lang,
mijn moeder deed hem dicht

en het werd koud
en mijn vader was als een lam
                                bij gebrek aan de dood.

 

Toon Tellegen, uit:  Daar zijn woorden voor, een keuze uit de gedichten,
opgenomen in de bloemlezing Je bent mijn liefste woord (Anne Vegter)

in al die beweging

Mevrouw K. huilt tegenover mij. Vanuit haar enorm
en zachtroze lijf vloeit ze over zonder

geluid te maken. Ze wordt meisje genoemd en er komt
een ‘ach’ bij en ‘toch’, zo had ik wel

willen heten en getroost willen worden en zomaar willen
snikken om dat alles. Iedereen krijgt

uiteindelijk gelijk, ze zijn de laatsten van hun families en
nooit hadden ze gerekend op

de eenzaamheid hier en hoe niets er nog toe deed. Dat je
bijvoorbeeld de hele wereld over trok,

goed geld had gemaakt en een huis had gehad waarin je
tien auto’s kon stallen maar nu binnen

vierkante centimeters niet kon kiezen welk eten je wilde
en of je de heer K. heette of misschien Jan X.

tot de sterren en weer terug

“Poëzie is mijn leven, en mijn leven is poëzie.” Interview met Nafiss Nia.

tot de sterren en weer terug

(Alkmaar, 3 december 2011)

Bernard Dov Wisser overleed vanmiddag; de gedichten van de afgelopen twee dagen waren voor hem

“It’s a glorious day for the universe, but a sad day for us mortals:
After a long party here on earth, the Dov has returned to the eternal mind.
We’ve all been blessed to be a part of his life and will now have to live without his sparkle and love.”

een soort tegemoetkoming

Het enige dat ik deed was over hem dromen, ik wist niet
dat hij al echt onderweg was, wilde ik

hem voorlezen als hij er was? Waarom gaan de dagen zo
snel en waarom had ik altijd een bijna

hekel aan het teveel aan woorden tussen ons, was het alsof
ik betrapt werd in mijn stoer gedrag omdat hij

wel wist dat er een klein meisje school in al die beweging
en wilde ik dat niet weten. Zo werd het liefste

dat hij zei, behalve dat van die ‘great poet’ waarmee hij me
introduceerde, dat die ander echt

van me hield, een vrijgeleide voor alles dat nog zou volgen,
alles was mogelijk, tot

de sterren en weer terug, hij dan en ik het vers zingend op
de wijs van wat vrienden uit een vorig leven.

in gereedheid

Goed, koffie, zegt hij en misschien voor een eerste
keer de trappen bestijgen die tussen ons in

staan, voor hem is dat een soort afdalen naar tussen
de kruinen van de bomen want zijn

verblijf is hemels en zwevend al, voor mij een soort
tegemoetkoming in zijn reis naar de

eeuwigheid, neem een jas mee voor de kou, o nee,
honey, daar doe ik juist alles uit, ik pel de

lagen waarmee ik me onthul, er is niets meer dat ik
verberg, heb ik ooit iets voor je verborgen,

je moet dit vertalen voor mij, ik proef nu alleen de
klank, proef jij nu nog maar, en zo

zou het gaan, hij is de oudste tenslotte, hij weet van
vliegen zonder te landen, ik heb het nakijken.

waarschijnlijk aantrekkelijke pose

Een middag met mannen die vragen of ze je mogen kussen,
eentje die op zijn knieën gaat, eentje die

het podium in gereedheid brengt, eentje die de lampen richt,
eentje die de tango met je danst daarbij

zijn been behendig om het jouwe haakt, eentje die vanuit de
schemerige zaal knipoogt. Een middag met

vrouwen die niets vragen maar kijken naar je haar, het pasje
waarmee je van het verhoginkje springt, zelf

in het licht gaan staan, knikken bij mijn vragen, hebben ze nu
ook wel eens dat je eigenlijk niet en dan dat

samenvallen wat we daar pas doen. We praten bijna nergens
echt over maar herkennen de schaduwen van

onze lijven. Het is een man die vraagt waar of hij me nalezen
kan, het is een vrouw die de pagina’s keert.

waarschijnlijk aantrekkelijke pose

Reuring gaf gisteren een diverse middag met prachtige gedichten, foto’s, herkenning en bevestiging! (Foto’s Conny Lahnstein)

de tijden waarop zij schrijven

Roepen wil ik dat het ook niet te begrijpen is, dat
we heel anders leven of denken, dat er niets

uit te leggen valt, dat het mijn registreren is, dat er
nu eenmaal niet over de inhoud noch over

de vorm gesproken hoeft, dat het slechts, maar deze
bezoeker houdt aan, heeft zijn vellen

over de tafel gebogen alsof hij mij dubbelgevouwen
voor zich legt en langzaam weer terug in

een schikkelijke en waarschijnlijk aantrekkelijke pose
terwijl ik van de plek rol en stuiter tegen

mijn wanden en de grond meeneem en wijs nog naar
buiten: kijk dan hoe de bomen zich

zwart aftekenen tegen de hemel, hoor dan hoe zij
kreunen, zie dan hoe de beesten schuilen.

hij kan zomaar zich vermaken

Het zijn vooral de vrouwen, daar maar waar dan ook,
die exemplarisch zijn voor het zich afgespeelde

leven, hoezeer ik me ook de mannen fantaseer, en niet
alleen in hun aanwezigheid overal elders maar

ook in hun fragmenten die geschreven lijken om te
worden gelezen en te blijven staan door

alle tijden heen. We zouden moeten tellen, zegt de een,
hoeveel mannen er zijn die een dagboek houden

of de tijden waarop zij schrijven maar het is een man
die later vraagt of we de handen omhoog willen

steken bij een bevestigend antwoord. Ook daar moeders
die het dagboek vinden, ook daar de

geheimplaats ontrafeld, ook daar het slot op de mond om
eerst pas later het ons te vertellen: die geleefde tijd.

Oudere berichten Nieuwere berichten

© 2017 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑