Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Datum: 29 november 2017

zoals ze vroeger op elk feest aanwezig waren

 

Ik ben nog nooit zo geweest:
na een en dertig jaar zo klein als een schelp
en zo moe als een oud huis,
waarin spoken tekeer gaan, onvermoeibaar,

Géén schelp, geen huis. Wel het vluchtend omhulsel
van het sidderende dier, levensgroot verschrikt,
dat mijn naam draagt. Maar de naam liefde?
Zo dikwijls die naam en zo zelden die stilte.

Hans Andreus, uit: In het twee en dertigste jaar,
uit: Zoon van Eros

zoals ze vroeger op elk feest aanwezig waren

 

Geduldig zit hij al op me te wachten, schuilend ook
voor de geluiden van het huis, opgekruld

boven zijn omgekeerde rollator en met het hoofd in
zijn handen waar, op de zijkant van de

linker duim, mijn naam gekrast staat alsof hij zich
met een gebaar heeft getatoeëerd dat ons

voorgoed aan elkaar bindt en deze ruimte, dit handelen
voor altijd koppelt aan mijn zoete stem en

de gure novemberdag waarop Sinterklaas schipbreuk
lijdt, al zeggen de pakjes in de grote zaal

iets anders. Mijn buurvrouw fluistert me later toe dat
ze leeg zijn hoor, maar hij beweert iets

anders. Wat is je geheugen toch goed, zegt hij, omdat
ik zijn verhaal nog ken. De inkt is droog, de

perkamenten huid vouwt zich om de mijne. Er zijn
zoveel vrouwennamen, verontschuldigt hij zich.

© 2017 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑