Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Maand: oktober 2017 (pagina 2 van 6)

mopperende figuren

Soms is iets het tegenovergestelde van dat wat ik schrijf.
Laatst waren het de fabriekspijpen die zwart

een droeve afloop aankondigden, zo leeg in de lucht staand
terwijl ik tussen beiden al een slinger van

licht hing, sterren in de richting van het Noorden en reeds
bukkend voor het heilig kind in de kribbe. Soms

moet ik u overtuigen van een ander evangelie zodat ikzelf
tenslotte dat ook geloven ga, ik ben niet eens

zeker van het nut van fabrieken in die omgeving noch van
de lengte van de afgetekende onderdelen, moet

eerst niet iets bewezen worden alvorens wij opnieuw gaan
knielen, enzovoorts. Het kind in kwestie een

vervelende oude man die roept van vrede en hoop en toch ik
als betoverd door zijn vermeende stralenkrans.

de warme kuil

 

Haarlemmerstraat 78, Leiden

de warme kuil

Hier liep zij met dansend haar uit mijn zicht en
stond ik stil en huilde drie, vier tranen,

ze keek niet nogmaals om, ik riep niet nogmaals
na. Het waren haar straten die ik

gisteren liep, langs haar woningen waar nog meer
teksten op de muren waren verschenen

alsof ik zonder woorden haar vergeten zou zijn.
Voor het oude huis een graafmachine,

een schuifelende rij langs ijzer en pion, regen langs
de kerk, mopperende figuren. Ze zou

voor de spiegel staan en een bloesje proberen dat
keurig in haar rok verdween, de

hakken afgesleten maar vastberaden op weg naar
een volgend resultaat, de toekomst.

geen geluid dan

 

gisteren bracht ‘neefje Tom’ met ‘mevrouw Tom’ en de kinderen een bezoek aan Alkmaar; gisteravond waren we al halverwege het -opnieuw- fantastische boek!

geen geluid dan

Terug wil ik, op een holletje naar de warme kuil in
het bed, doen alsof er geen reden is voor

dit jarenlang ritme, dit besluit, me plotseling afmelden
maar aan wie en dan giechelend van blijdschap

om de herwonnen vrijheid al die anderen voor laten
gaan maar ik gun mezelf tien minuten slechts,

mijn bureaulamp het enige licht in de omtrek, de straat
als zwarte streep door een tekening, het

zacht gehamer op deze toetsen het enige geluid, mezelf
in de weerschijn van de nieuwe dag. Dan

zie ik opnieuw het open bed maar kleed me, verlegen
met de lange uren die volgen en de herinnering

aan zijn uitnodigend gebaar, de open deuren brengen
wapperende regen en een krakende lucht.

geen geluid dan

‘Je zult maar één verhaal hebben, ‘had ze gezegd. ‘Je zult dat ene verhaal op verschillende manieren schrijven. Maak je nooit zorgen over verhalen Je hebt er maar één.’

Elizabeth Strout,
uit: My name is Lucy Barton

 

Vanmiddag staan we in Leiden als gastdichter bij de presentatie van de nieuwe bundel van Gijs ter Haar.
Zie op Facebook het evenement  Voor de zwijnen.

de zorgvuldig gekozen entourage

Hier liep ik met mijn vader, zei je, hier liep ik
met mijn hond, hier rijd ik met jou –

rond, wilde ik eraan toevoegen omdat het rijmt
zoals de verlatenheid van het terrein,

de lege fabrieken, de haven met de sluizen die
alleen de boot van Sinterklaas, zei jij,

nog door zouden laten, de hoge schoorstenen en
de zwarte vegen in de lucht met

het ons samenhingen, bijna nacht, bijna vervallen,
bijna voorgoed afgelopen, geen geluid

dan het water dat nog aan de kade klotst, jouw
hand die schakelt, het stuur dat draait,

mijn bezorgdheid die misselijk tegen de ramen
slaat als angst die bij verlies hoort.

meer kan ik niet dragen

Om even terug te zijn in het leer van hun banken, het
pluche van hun kleden, het donkere hout

van de zorgvuldig gekozen entourage, staketsels in een
warme kamer waar zij met gevulde schalen

rondliep en zelden zitten ging, zijn boeken en kranten
op het mosgroene leer van zijn bureau, haar

breiwerk in de rieten manden onder de keurig ingedeelde
schoorsteenmantel, elk kind in evenredige

getale vertegenwoordigd, om terug te zijn bij de koele
tegels van de keuken waartegen mijn wang

in onweersbuien die heviger dan elders koeien en wilgen
raakten en dan vooral in hun geruststelling:

daar waar zij de stand van de maan hanteerde en hij zijn
perfect nonchalance groeide ik groter.

het vacuüm

Katachtige bewegingen in mijn rechterooghoek, wind die
aanzwelt en de vlek nog zwarter maakt, de

stem alsof hij me gisteren wekte nog, straks ploft hij met
een vanzelfsprekendheid bovenop mijn

slapend lijf. Ik blijf wakker, sluit mijn deuren, spreek alleen
met het blozend kind overzee dat ‘auto’

zegt en het voertuig me aanwijst, onder zijn voeten het
uitgevouwen boek, hij reikt me zijn

armen, meer kan ik niet dragen. Zijn moeder krult op de
grond in een wintertrui, haar lange vingers om

een warme mok. Ik heb het haar niet verteld. Het licht uit
het scherm vervaagt al het andere. Later

is ze in miniformaat nog even terug in verkleedkleren en
danst, de wereld weer ontsloten en hanteerbaar.

de beesten dood

Alkmaar, 17 oktober 2017

Oudere berichten Nieuwere berichten

© 2017 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑