Hoog in hun armen bekijkt hij de brede rivier die om
de stad heen loopt, het reuzenrad waarin zijn

pappa zijn mamma vroeg, het kinderkunstkleed in het
modernste museum waarover hij giechelend

naast zijn gekke vader kruipt, het puntje pizza dat hij
in zijn open mondje schuift, mamma zegt

Cheers, ik zie haar de letters vormen, hij heeft daarvoor
nog dag gezwaaid, rechtop in het scherm

voor mij, de sokken alweer half uit en lachend als ik
mijn blote voet via de werktafel in zijn

neusje duw, alle drie zo aanwezig en duidelijk en ik
als hem klauterend over de attributen,

hen, ons verleden, de herinnering aan moed en leven
en murmelende kooswoordjes als zijn ‘oma!’