Nu ik in het boek zit, krijg ik opeens veel haast, er is geen
tijd te verliezen. Het is hetzelfde als ik een begeerd

object, die prachtige jurk bijvoorbeeld of die uitgave die
dagelijks een schitterende foto geeft, eerst

bovenop de kast verberg en telkens zie liggen maar die ik
pas na dagen aanraak, open en verplaats, voel

en streel en draag en daarna niet meer uit wil doen, angstig
om dat wat ik kwijt raken kan, beschadig misschien,

terwijl het gevaar er nooit van te genieten even groot is. Ook
wil ik gewoon de rust van lege bladzijden, het

maagdelijke van mijn wit vel onder die ruisende rokken, geen
ander beeld dan het uitzicht uit mijn toren waar

alles immers ver onder mij ligt, niet bedreigend maar vaag en
kinderlijk en uit een heel andere richting.