Ik maak er grapjes over: elke keer een andere positie, het
hoofd draaiend, het lijf springend, opgevouwen

in de stoel, uitgehangen tegen een muur, schuddend met
het haar of devoot stil, het jasje

gesloten of bloot voor haar met alle verkleurde onderdelen
in contrast met de ruwe muren om ons heen,

maar eigenlijk is het kenmerkend voor het zoeken nog
naar de juiste houding: schrijvend in de

schemer, de keukentafel achter het raam, wachtend tot
hij me daar ziet en zal denken, och, ze schrijft,

en zou het over mij gaan, en nog een extra ronde loopt
alvorens de sleutel in het slot te steken en

mij aan mijn haar omhoog te trekken en te waarschuwen
voor slechte ogen of het effect van het duister.

 

(we hadden een fotoshoot met Babs Witteman)