Zoals je vroeger uren in de rij stond voor het verkeerde
loket, of slapend zelfs voor dat ene kaartje of

van de ene voet op de andere bij de zwemles een, twee,
drie kinderen lang of tot tien telde bij

afspraken met de orthodontist, mentor, echtgenoot of
pompbediende, nerveus in jezelf sprak en

opnieuw je pose innam bij minnaar, coach of dokter en
haar hand nam terwijl zij wachtte, zingend

van vogels die allang in de bomen sliepen en grassprietjes
zelfs die al waren gaan liggen of tikkend met

je vingers op tafel je beurt achter de computer afdwong,
geld dat er niet was, waarheid die

verzwegen werd, zo wacht je nu alleen op jezelf: de tijd
overbruggend tussen schrijven en lezen.